Met het boemeltje naar Nikko

door Reis om de Wereld
Gepubliceerd: Laatst ververst op 92 views

Els Slots reisde naar Japan. Natuurlijk bezoket ze de metropool Tokyo, maar ook de minder bekende steden passeren de revue, zoals het oude stadje Nikko, Kanazawa, Kyoto, Nara, Nagasaki en Hiroshima, waar de atoombom viel. ‘Eerst naar de wijk Shinjuku, wat qua drukte en lichtreclames goed te vergelijken is met Bangkok of Hong Kong. Ook hoorde je overal het geratel van de balletjes van de pachinko-machines.’

Els Slots

Aankomst in Tokyo. Tegen 7 uur ‘s ochtends kon ik vanuit het vliegtuig de eerste glimpen van Japan opvangen: veel bergen met besneeuwde toppen, en rijstvelden die onder water staan. Even verderop, boven Tokyo, was het helaas te bewolkt om iets van de stad te kunnen zien. Het vliegveld Narita is niet al te groot dus was het eenvoudig om de juiste trein naar het centrum van Tokyo te vinden.

Via nog een andere trein en de metro kwam ik uiteindelijk bij mijn hotel. Hotel New Koyo (het goedkoopste van Tokyo) ligt in een woonwijk, de straten zijn er rustig en op de stoep wordt je zowat omver gereden door de vele fietsers. Het hotel is meer een soort jeugdherberg/studentenhuis, maar wel van allerlei gemakken voorzien (int. telefoon, frisdrankautomaat, wasmachine etcetera).

Pachinko machines

Om 12 uur de stad in. Eerst naar de wijk Shinjuku, wat qua drukte en lichtreclames goed te vergelijken is met Bangkok of Hong Kong. Ook hoorde je overal het geratel van de balletjes van de pachinko-machines. Na een uur had ik genoeg van de drukte, het was er ook erg benauwd. Ik besloot nog even te gaan kijken in de wijk Ueno. Ook hier waren veel mensen op de been, maar ik vond het er toch een stuk gezelliger dan in Shinjuku. In Ueno zijn veel kleinere winkeltjes, en ook was er een grote markt.

Een pagode. japan

Een pagode.

Tokyo

De zon was al vroeg aanwezig vandaag, in tegenstelling tot gisteren toen het bewolkt en benauwd was. Daarom maar vroeg op pad. Eerst met de metro naar de wijk Asukasa, waar de Senso-ji Tempel staat. De entree tot de tempel gaat via een rode houten poort, met aan weerszijden een wachter. Daarna begint een lange rij souvenir- en etensstalletjes, die uiteindelijk uitmondt in het tempelterrein.

Binnenin de tempel wordt een gouden beeld van de boeddhistische godin Kannon, godin van de genade, bewaard maar helaas niet tentoongesteld. Het terrein rondom de tempel is zeer levendig, met zo vroeg in de ochtend al veel bezoekers. Ook in het Ueno-park was het vervolgens al een drukte van belang. Vooral veel kinderen, vanwege de dierentuin.

Ik ging echter naar het Shitamachi-museum. Op de begane grond zijn daar enkele winkels en huisjes nagebouwd uit de Edo-tijd. Alles van hout natuurlijk. Ook kon je op foto’s zien hoe de straten van Tokyo er vroeger uitzagen. Van deze houten architectuur is nu nauwelijks meer iets terug te vinden. In het Nationaal Museum werd de expositie “Nationale Schatten van Japan” gehouden. De 216 belangwekkendste schatten uit de Japanse geschiedenis waren er te zien: van geschriften tot zwaarden tot metershoge beelden van goden. Veel van de stukken waren echt oud: zwaarden uit de 4e/5e eeuw bijvoorbeeld.

In Tokio kun je een wens doen en ophangen.

In Tokio kun je een wens doen en ophangen.

Nikko

Vandaag naar het oude stadje Nikko. De eerste ervaring met de metro in de ochtendspits viel mee. De eerste metro heb ik maar aan me voorbij laten gaan omdat de mensen daar met hun gezichten tegen de raampjes zaten geplakt. De volgende was iets minder druk, bovendien hoefde ik maar twee haltes ver.

De metro’s in Tokyo zijn trouwens zo uitgerust dat alleen aan de raamkanten een paar stoeltjes staan, de rest is een grote open ruimte zodat er lekker veel mensen in passen. Om in Nikko te komen reisde ik eerst met de shinkansen naar Utsonomiya, en vandaar met het boemeltje naar Nikko. Daar had het ‘s ochtends blijkbaar geregend: alle straten waren nat.

Nu straalde er een waterig zonnetje, wat wel zo prettig was omdat ik eerst een wandeling van 30 minuten bergopwaarts (langs souvenirwinkels en restaurants) moest maken voor ik bij het “Nationaal Park Nikko” was. Van het oude bruggetje naar Oud-Nikko was helaas niets te zien omdat het werd gerestaureerd. Het park zelf ligt op een heuvel in een vrij donker woud. Tussen de bomen liggen daar verschillende tempels en andere heiligdommen.

Vlak na de ingang tot het Tosho-gu schrijn (het grootste heiligdom) kom je bij de Heilige Stal, waarin tegenwoordig een door Nieuw-Zeeland geschonken schimmel heilig staat te zijn. Boven de stal zijn in hout de bekende “horen, zien en zwijgen”-aapjes uitgesneden. Op de terugweg nog even een tussenstop gemaakt in Utsonomiya om iets te eten. Op het station aldaar werd ik opgeschrikt door twee voorbijrazende shinkansens: het was gewoon eng om er naar te kijken, zo hard reden ze. “Mijn” shinkansen terug naar Tokyo leek qua snelheid (niet qua uiterlijk) meer op een Hollandse intercity. Na alvast plaatsen in de trein gereserveerd te hebben voor de de reis naar Kanazawa van morgen, was ik rond half zeven terug in het hotel.

Japanse krijger.

Japanse krijger.

Naar Kanazawa

Al om kwart voor zeven op weg gegaan naar de Tsujiki-vismarkt. De handelaarsmarkt liep al te einde toen ik er aankwam, het was een stroom van vertrekkende auto’s en bakfietsen. De nabijgelegen consumentenmarkt was gelukkig nog wel volop in bedrijf. Veel Japanse zakenlieden namen nog snel even een ontbijtje met vis voor aan het werk te gaan. Het aantal “enge” vissen op de markt viel een beetje tegen. Wel heb ik nog een mooi exemplaar inktvis kunnen fotograferen.

Op de terugweg naar het hotel nog een cappuccino gedronken bij “Doutor”, en vervolgens ingepakt voor de treinreis naar Kanazawa. De eerste etappe daarvan bestond uit een ritje met de shinkansen naar Maibara. Vandaar met de locale trein naar Kanazawa. Uiteraard exact op tijd (leve de Japanse spoorwegen!) stapte ik uit op het splinternieuwe station van Kanazawa.

Vervolgens moest ik met de bus naar het centrum, waar mijn hotel/jeugdherberg lag. In de bus maakte ik kennis met weer een staaltje Japans perfectionisme: je stapt halverwege de bus in, trekt een lootje dat aangeeft bij welke halte je in bent gestapt en gaat zitten. Voorin de bus hangt een groot bord waarop steeds wordt aangegeven hoeveel geld je tot op dat moment kwijt bent: wanneer de bus bij halte 5 is en jij bent bijvoorbeeld bij halte 1 ingestapt, kost het je 400 Yen. Ben je bij halte 3 ingestapt, kost het je 200 Yen. Betalen doe je aan het eind van de rit bij een automaat naast de chauffeur.

Met gepast geld, want er zijn ook wisselautomaten in de bus om papiergeld en grotere munten te wisselen. De Matsui-jeugdherberg waar ik een kamer geboekt had, was geheel in Japanse stijl ingericht: d.w.z. schoenen uit bij de ingang, slippers van het huis aan om door de gangen te lopen, slippers weer uit voor de deur van de slaapkamer, andere slippers aan in de badkamer etc. De kamer is belegd met tatami-matten, waarop je ‘s avonds zelf je bed op de grond kunt uitstallen. Na een verfrissende douche liep ik nog even een rondje door het moderne centrum. Daar at ik bij een Japanse Italiaan (met Engelse menukaart), waar alle porties voor 2 tot 3 personen bestemd bleken te zijn. Volgens de ober kon ik maar uit 1 ding kiezen: Siciliaanse rijstkroket in Bolognese saus.

Dat heb ik dus maar genomen. Ondanks dat ik het zelf nooit zou hebben uitgekozen was het erg lekker. Tot slot nog een gratis kopje espresso toe. Aansluitend keek ik nog wat rond in de plaatselijke CD-winkel. De prijzen waren vergelijkbaar met die in Nederland (36-44 gulden), maar wat een keus! Vooral Braziliaanse wereldmuziek en alternatieve Amerikaanse rock waren goed vertegenwoordigd. Ik zag een paar CD’s die ik graag zou willen hebben, maar ik heb me nog ingehouden.

Terug in de jeugdherberg raakte ik aan de praat met mijn “buurvrouw”: een Deens meisje dat al 2 maanden in Japan was, op bezoek bij haar broer. Zo af en toe ging ze er 1 of 2 weken tussenuit om bepaalde delen van Japan te bekijken. Nu bleef ze 2 weken in Kanazawa en omgeving, o.a. om een cursus theeceremonie te volgen. Na een paar uur gezellig gekletst te hebben over Japan, reizen in Azië en het Deense voetbalelftal, ging ik tegen half 10 naar bed.

Japanse tuinen

Onder het genot van een “ontbijt” bestaande uit cappuccino en chocoladecake plannen voor vandaag gemaakt. Er is een heleboel te zien in Kanazawa, maar alles gelukkig op loopafstand van het centrum. Aan de noordoostkant van de stad ligt de Kenroku-en Tuin, één uit de top-3 van Japanse tuinen (ze maken in Japan overal een top-3 van).

Eigenlijk is het meer een park, waarin om de zoveel meter een kunstmatige verfraaiing is aangelegd. Niet alle subtiliteiten waren evenzeer aan mij besteed, maar de tweepotige lantaarn in de vorm van een Japanse harp was toch wel erg mooi. Even buiten Kenroku-en liggen de overblijfselen van het kasteel van Kanazawa.

Alleen de hoofdpoort met witte torentjes staat daarvan nog overeind. Weer iets verderop is het Honda-museum. Geen auto-museum, maar de erfenis van de familie Honda die in de 17e eeuw belangrijke landeigenaren waren. Met name de kleding en de tuigage/bekleding voor de paarden getuigen nog steeds van hun grote rijkdom.

Tussen de middag geluncht in de overdekte markt Omicho: kitsuné udon dit keer. In de oude wijk Nagamachi, verscholen tussen de hotels en winkels, zijn nog een paar straten in oude stijl omringd met lemen muren. Bij het Nomura Samurai House ben ik even binnen geweest, genietend van de prachtige locatie. Over de brug, aan de andere kant van de stad, ligt nog een andere oude wijk: Teramachi. Minder karakteristiek dan Nagamachi, maar toch lekker om even op een bankje te gaan zitten en het wijkleven aan je voorbij te laten trekken.

Station Kyoto

Iets vroeger dan gepland (9.14 uur) met de trein naar Kyoto vertrokken. Alles verloopt hier ook zo soepeltjes. Rond half 12 kwam ik aan op het gigantische station van Kyoto. Het leek wel een vliegveld. Ik stopte er mijn spullen in een kluisje totdat het tijd was om in te checken in mijn hotel voor de komende 4 nachten. Tot die tijd bezocht ik alvast één van de honderden tempels van Kyoto: de Sanjusangendo.

Dit is een 118 meter lang gebouw van donker hout. Binnen staan 1000 goudkleurige beelden in rijen opgesteld. In hun midden staat een groot beeld van de godin Kannon. De beelden stammen uit de 12e en 13e eeuw. Destijds was het gebouw aan de buitenkant in alle kleuren met boeddhistische afbeeldingen beschilderd. Wat een ander gezicht moet dat geweest zijn, ik vind dat donkere hout van nu juist zo mooi. Na mijn bagage van het station gehaald te hebben, ging ik per bus naar de ryokan.

Dit is eigenlijk een traditionele Japanse herberg, maar deze was erg op buitenlandse gasten ingesteld. Het oude vrouwtje dat de receptie bemande sprak meer dan een paar woorden Engels. Ze gaf me een rondleiding door het hele gebouw, na uiteraard eerst weer de “buitenschoenen” verruild te hebben voor de “binnenslippers”.

Gelukkig was er ook een wasautomaat, zodat ik snel mijn zomerkleren van de afgelopen dagen kon wassen. Op zoveel mooi weer had ik qua uitrusting eigenlijk niet gerekend. Aan het eind van de middag ben ik nog gaan shoppen in Kyoto-centrum. Bij de 8 verdiepingen tellende Maruzen-boekwinkel kocht ik het nuttige zakboekje “A look into Japan”. Daarin staan kort en bondig, als een soort stripverhaal, allerlei culturele Japanse verschijnselen beschreven.

Himeji-burcht

Rond zessen wakker geworden van de regen die op het dak kletterde. Gelukkig was het twee uur later weer droog, zodat ik mijn “geplande” programma door kom laten gaan. Eerst in een uurtje naar de Himeji-burcht. Zoals altijd was het weer een fikse wandeling er naar toe. Ook in en om de burcht zelf, waar een route van anderhalf uur was uitgezet, kon het klimmen en trappen lopen geoefend worden.

Himeji’s hoofdgebouw heeft 6 verdiepingen. Het ziet er van een afstandje wat mooier uit dan van dichtbij: het wit van de muren kan wel een laagje verf gebruiken. Via Kyoto ‘s middags naar het plaatsje Uji, naar de Byodo-in tempel. Deze tempel is een villa stammend uit de 11e eeuw. Het sierlijke hoofdgebouw is in de vorm van een feniks gebouwd (er staan er ook twee op het dak). Inclusief de mooie tuin doet het allemaal wat Thais aan. ‘s Avonds chachu-men (Chinese mie met varkensvlees) gegeten in één van de vele eethuisjes in de winkelgalerijen onder het station van Kyoto.

Nara

Om de grootste drukte voor te zijn ben ik al om kwart over zeven ‘s ochtends naar Nara vertrokken. Daar ontbeten, en vervolgens naar de Todaiji-tempel gewandeld. Binnen in een grote hal is daar een Boeddhabeeld te zien van 16 meter hoog, gemaakt van brons en goud. In de buurt liggen veel andere, kleinere tempels. Via een pad omringd door lantaarns kom je bijvoorbeeld bij het Kasuga Taisha-schrijn.

Ook binnen hangen daar honderden lantaarns. Het lantaarnfestival dat er 2x per jaar wordt gehouden moet een prachtig schouwspel zijn. Na de lunch pakte ik de trein naar Horyu-Ji, een voorstadje van Nara. Ook hier is weer een uitgebreid tempelcomplex te bewonderen. Ditmaal stammen de oudste (houten) gedeeltes uit de 7e eeuw. ‘s Avonds onweert en stortregent het …

In Japan zit je op de grond.

In Japan zit je op de grond.

Kyoto

Na het onweer en de regen van gisteravond, en de pijnlijke benen van al het rondlopen, besloot ik van vandaag maar een rustdagje te maken. De kloosters van Koya-san moet ik daarom helaas aan me voorbij laten gaan. Misschien iets voor een volgende reis naar Japan? Drie weken is hier echt veel te kort: in die tijd kun je in een hoog tempo net de grootste bezienswaardigheden zien, maar meer ook niet. Dus vandaag eerst maar een beetje uitslapen en lezen.

Nou ja, van uitslapen kwam niet veel omdat een groep luidruchtige Amerikanen ‘s ochtends vroeg de ryokan verliet. Om half 7 werd iedereen gewekt door een klop op de deur, inclusief ik, want het is nogal gehorig. Daarna ging het stel twee uur lang luidruchtig koffers inpakken (de meeste hadden er 2 of 3). Tegen half 9 riep hun Japanse reisleidster hen bijeen: Ro-ta-ry!, Ro-ta-ry!. Er mocht er eens eentje achterblijven … Mijn eerste taak van de weer zonnig beginnende dag was het maken van een reservering voor de treinreis naar Nagasaki van morgen. Zoals altijd liep dat weer gesmeerd. Vervolgens wat gewinkeld, en geluncht.

De eerste stortbui overdag vond gelukkig plaats toen ik ergens binnen zat, het werd al snel weer droog. ‘s Middags liep ik via de oude amusementwijk Gion en het feloranje Yanaka-jinja schrijn naar het aangename Maruyama-koen park. Daar in de buurt bezocht ik de Shoren-in tempel: klein maar fijn (en lekker rustig). Het is meer een soort villa, met mooie tuinen. Op de terugweg naar de stad begon het weer ontzettend hard te regenen. Ik had mijn paraplu dus niet voor niets meegenomen, hoewel mijn schoenen en broek later doorweekt bleken. Terug in de ryokan maar weer wat gaan lezen en Tv-kijken (vandaag weer sumo-worstelen!).

Naar Nagasaki

Voor het vertrek van de trein naar Nagasaki om 10 voor 11, had ik nog mooi even de tijd om wat foto’s te maken in de buurt waar ik gisteren door de regen wat te snel doorheen ben gerend. Gion is een oude amusementswijk met Geishahuizen, theaters, restaurants etc. Het zag er allemaal een beetje uit als oude beelden van Sjanghai: mysterieus en exclusief.

Op het station van Kyoto kocht ik een Japan Times om iets te lezen te hebben in de trein. Groot op de voorpagina werd daar melding gemaakt van de ontploffing van een vuurwerkfabriek in Enschede, met vele doden. Heel vreemd om opeens zoiets te lezen: je zit hier in Japan erg afgesloten van de rest van de wereld. Hoewel ik steeds TV op mijn kamer heb, zijn er alleen Japanse zenders te ontvangen, die voornamelijk binnenlands nieuws uitzenden.

De treinrit naar Nagasaki – met overstap in Hakata – bracht weinig verandering van landschap. Een aaneenschakeling van huizen, met hier en daar een berg. Even voor vijven arriveerde ik in Nagasaki. Het was een korte wandeling naar mijn hotel. De eerste indruk van Nagasaki is dat het er wat rommeliger en minder rijk is dan in de Japanse steden die ik tot nu toe heb gezien. ‘s Avonds at ik curry bij Nanak, een Indiaas restaurant in het centrum van de stad.

Glover Garden

Na het inmiddels gebruikelijke ontbijt bestaande uit cappuccino en chocoladecake ging ik met de tram naar het zuiden van Nagasaki. Allereerst bezocht ik daar een klein katholiek kerkje uit de 19e eeuw, met mooie glas-in-lood ramen. Daar vlakbij ligt Glover Garden, waar een aantal huizen van “bekende buitenlanders” bij elkaar zijn geplaatst in een park. Uiteraard lag het geheel weer op een heuvel, maar hier hebben ze wat op de hoogteverschillen gevonden: roltrappen.

Het is een beetje raar roltrappen tegen te komen in een park, maar wel handig. De oude landhuizen zagen er prachtig uit (ik zou er zo wel in willen wonen). Je kon ook overal binnen kijken. Bij de uitgang vertoonden ze nog een video over het Nagasaki Kunckhi Festival: een kleurrijk geheel, waarin allerlei schepen (o.a. Chinese en Hollandse) een rol spelen. Ook werd er in het park nog een drakendans opgevoerd. Na de lunch naar Dejima, het voormalige door met name Hollanders bewoonde eilandje voor de kust van Nagasaki.

Dejima is nu al lang geen eiland meer, het ligt eigenlijk midden in de stad. Behalve een museum zou er volgens mijn reisgids niets meer van het oude Dejima terug te vinden zijn. Sinds april van dit jaar zijn echter de eerste herbouwde kapiteinsverblijven en opslagloodsen op hun oude plek te bewonderen. In 2010 moet alles af zijn, dan is het geheel naar een oude Nederlandse maquette herbouwd.

Nu is er in feite pas 1 straatje af, maar toch was het interessant omdat er binnen in alle huizen allerlei tentoonstellingen zijn ingericht. Ook in het Dejima-museum is veel te zien: zo zijn er opvallend veel drankflessen opgegraven daar waar (tijdelijk) Hollanders woonden. Te zien aan alle dierenbotten was naast de drank ook het vlees rijkelijk aanwezig. ‘s Avonds ben ik in de regen nog even door Chinatown gelopen, op zoek naar een authentiek Chinees restaurant. Daar waar ik uiteindelijk terechtkwam was het eten een beetje flauwtjes (aangepast aan de Japanse smaak wellicht).

japanse krijger

Japanse krijger

Fukusai-ji Zen-tempel

Gelukkig is het vanochtend weer droog, zodat ik een tempelrondje kan gaan maken. Als eerste bezocht ik in het noorden van Nagasaki de Fukusai-ji Zen-tempel. Deze is nogal apart: het hoofdgebouw is gebouwd in de vorm van een grote schildpad, met op z’n rug een 18 meter hoog beeld van de godin Kannon. Onder in de kelder is een 25 meter lange Slinger van Foucault te zien. De oorspronkelijke, door een Chinees in de 17e eeuw gestichte tempel, is geheel vernietigd door de atoombom van 1945. Vervolgens liep ik de Tempelroute van de Kofuku-ji Tempel naar de Sofuku-ji Tempel. Verschillende Chinees aandoende tempels liggen op deze route.

Geen enkele springt er echt uit, en ze zijn qua schoonheid ook zeker niet te vergelijken met die in de omgeving van Kyoto. Tussen de middag genoten van een Japanse lunch (met o.a. sukiyaki en miso-soep), en aansluitend naar het atoombommuseum in Urakami. Urakami is nu een buitenwijk van Nagasaki. Het museum is een modern, multimediaal schouwspel. De effecten van de bom op de bevolking en de omgeving worden er luid en duidelijk aanschouwelijk gemaakt. In de buurt van het museum staat de Torii (poort) die door de bom 1 poot is kwijtgeraakt en nu dus nog maar op 1 poot steunt.

Vandaag voelde ik me nog meer een Japanse toerist dan de andere dagen. Ik maakte een dagtochtje naar het vermaarde Hollandse pretpark “Huis ten Bosch”. Allerlei architectonische hoogtepunten van Nederland (Dom van Utrecht, stadhuis van Gouda en natuurlijk Huis ten Bosch) zijn daar op ware grootte nagebouwd. Ze hebben er een aardig Hollands stadje van gemaakt. Je kunt er ook allemaal Hollandse souvenirs kopen, en ansichtkaarten versturen met “Groeten uit Amsterdam”. Alles was er trouwens extreem duur. Het is heel knap gemaakt, maar na een paar uur hield ik het er voor gezien en keerde terug naar Nagasaki. Zo’n (soms wel een beetje kinderachtig) pretpark is toch meer iets voor Japanners denk ik.

Hiroshima

De treinreis van Nagasaki naar Hiroshima duurde slechts 3,5 uur, zodat ik al om 12 uur op het station van Hiroshima stond. Na mijn bagage in een kluisje gestopt te hebben, ging ik eerst even wat eten in het centrum. De middag bracht ik door op het Miyajima-eiland. Dat ligt op ruim 5 kwartier van het centrum van Hiroshima, met de tram en de boot. Doel van het bezoek was het Itsukushima-schrijn, en zijn beroemde drijvende Torii. Helaas was het erg bewolkt die middag, en stond de Torii ook nog eens in de steigers.

Dat maakte het allemaal wat minder idyllisch dan op de foto’s die ik ervan gezien had. Wel is Miyajima een heerlijk eiland om over te wandelen, en bij beter weer kun je je er wel een dag vermaken. Aan het strand waren nu veel mensen aan het zoeken naar (ik denk) mosselen. Terug in de stad, na ingecheckt te hebben in het hotel, ben ik nog wat gaan eten en heb ik een reisverslag over Japan anno 1878 (van Isabella Bird) gekocht.

Ondanks de weersvoorspellingen lijkt het een stralende dag te worden. Gisteravond had ik al besloten om vandaag in Hiroshima zelf te blijven en de stad te bezichtigen. Even geen trein voor mij vandaag. De dag begon dus rustig, met een krantje en een cappuccino in de stad. Een korte wandeling daarvandaan ligt het “Genbaku Domu”, het symbool voor de vernietigingen die de atoombom in 1945 op de stad heeft aangericht. Het nabijgelegen atoombommuseum is vergelijkbaar met dat in Nagasaki, het gehele terrein met diverse monumenten vond ik echter in Hiroshima indrukwekkender.

Kerk in Hiroshima.

Kerk in Hiroshima.

In tegenstelling tot de meeste openbare gelegenheden in Japan zijn hier ook nog eens rijkelijk bankjes aanwezig om van de atmosfeer van het park te genieten. Zo kon ik in het zonnetje mijn dagboek een beetje bijwerken. Tussen de middag geluncht bij een Thais restaurant. Op de menukaart-met-plaatjes kon ik gelukkig mijn favoriete Thaise gerecht herkennen. ‘s Middags bezocht ik eerst het kasteel van Hiroshima. Het oorspronkelijke gebouw is vernietigd in 1945, maar zoals alles is ook dit weer snel opgebouwd.

De buitenkant is van donkerhout, binnen is nu alles van beton. Op de 5 verdiepingen is een uitgebreide tentoonstelling te zien over het leven in en om het kasteel in vroeger tijden. Ook om het kasteel is hier weer een park waar je kunt zitten, net als trouwens in de Shukkeien-tuinen waar ik daarna naar toeging. Dit alles, gecombineerd met het bruisende centrum vol winkelgalerijen maakt dat Hiroshima een prettige stad is om te verblijven.

Hagi

Toen ik gisteravond een treinkaartje naar Hagi wilde reserveren, vroeg de man achter het loket wel 3x “Hagi? Hagi in het district Yamaguchi?” Ja dus. Het werd wel eens tijd voor een klein plaatsje buiten de gebaande (westerse) toeristische paden. Het kostte me ruim 2 uur om er te komen, o.a. via een busrit van anderhalf uur. Hagi is een kustplaatsje aan de noordkust van Japan, en heeft een roemrijke geschiedenis. Daarvan is het meeste terug te vinden in de oude wijken van de stad, waar nog vele samurai-huizen te bezichtigen zijn (en soms ook nog bewoond worden). Eerst ging ik naar het ruime huis van de koopmansfamilie Kikuya.

In dezelfde wijk ligt het schattige tempeltje Ensei-ji. Behalve het inmiddels gebruikelijke rijk versierde entreekaartje en een uitvoerige Engelstalige folder, kreeg ik daar ook nog een poster van Hagi. Dit bleek de voorbode voor meer, want in het restaurantje waar ik mijn noedels at kreeg ik van de eigenaresse een pompoen van een kilo of anderhalf.

Na de lunch liep ik via het park en langs de kust naar de overblijfselen van het kasteel: alleen muren in dit geval. Wel viel weer het mooie park op, met zo in het voorjaar prachtige kleuren groen tegen een helblauwe hemel. Het rondje Hagi sloot ik af met een bezoekje aan de andere oude wijk, Teremachi. Helaas liggen de huizen en tempels hier aan een drukke weg, wat het kijkgenot niet ten goede kwam. Om 16.00 pakte ik de bus terug richting Ogori, zodat ik rond half 7 weer terug was in mijn hotel in Hiroshima. Daar was het tijd voor een lekker warm bad om de vermoeide voeten wat te verwennen.

Traditioneel huis

Traditioneel huis.

Naar Takayama

De shinkansen bracht me in 2,5 uur in Nagoya, een grote stad tussen Tokyo en Kyoto. Daar moest ik overstappen op de “Hida Limited Express”, die er ook nog eens 2,5 uur over doet om Takayama te bereiken. Takayama ligt in wat wel de “Japanse Alpen” wordt genoemd. Ik had een kamer gereserveerd in de “Rickshaw Inn”, wat verstandig bleek toen andere mensen die tegelijk met mij aankwamen werden weggestuurd omdat het pension vol zat. Het pension (minshuku) is trouwens gehuisvest in een erg mooi sfeervol gebouw.

Na de was in de wasautomaat gestopt te hebben liep ik een rondje door de stad. Er liepen opvallend veel westerse toeristen rond (ook Nederlanders zo te horen). Ik nam een kijkje bij de expositiehal waar de grote praalwagens voor de festivals van Takayama worden tentoongesteld. De meeste zijn voorzien van 3 of 4 wielen, eentje moest er op de schouders gedragen worden maar aangezien er geen 40 ongeveer even lange vrijwilligers meer gevonden kunnen worden, wordt deze wagen niet meer gebruikt.

Hoewel erg toeristisch, maakt Takayama een aangename eerste indruk. Ik besloot mezelf maar eens te verwennen met een echte regionale maaltijd. In het restaurant Suzuya, vlakbij mijn pension, at ik hoba miso met biefstuk. Hierbij worden miso (bonenpasta), groenten en biefstuk voor je neus gekookt op een groot magnoliablad. Zelf een beetje roeren om het goed gaar te laten worden, en een heerlijke maaltijd samen met rijst en de alomtegenwoordige miso-soep.

Geluksgoden

De dag vroeg begonnen met een wandeling over het marktje langs de rivier. Het is blijkbaar aardbeientijd, ze kostten 300 Yen per pond. Met de bus ging in naar Hida-no Sato, het openluchtmuseum waarnaar allerlei traditionele huizen uit de bergdorpen uit de omgeving zijn verplaatst. Gelukkig was ik er nog voor de eerste groepen toeristen (hoewel ik bij de uitgang wel weer een lading kinderen met gele petjes tegen het lijf liep, die mij enthousiast “Harro! Harro!” toeschreeuwden).

De ca. 20 huizen hier zijn verspreid over een helling geplaatst, zodat ze zoveel mogelijk een bergdorp voorstellen. Erg pittoresk allemaal, vooral ook dat mooie groen van de bomen, struiken en het mos op de rieten daken. Grenzend aan het openluchtmuseum is een kleine tentoonstelling van de 7 “geluksgoden”.

Uit metershoge bomen zijn de goden uitgesneden, ieder met de eigen karakteristieke attributen. Tussen de middag een Japanse lunch: zaru soba. Er was zowaar een terrasje om buiten te kunnen eten, het eerste dat ik in Japan gezien heb (er zat niemand behalve ik, Japanners blijven het liefst uit de zon en dus zo wit mogelijk). De middag bracht ik door in het oude centrum van Takayama. De Hida Kokubun-ji Tempel is uiterlijk niet bijzonder, maar ik mocht wel overal binnen kijken toen ik een kaartje kocht. Ik werd rondgeleid door een vrouw, die naarmate ze langer met mij praatte, steeds meer van haar Engels boven water kreeg. Zo werd het een leuk gesprek.

Van Nederland kende ze Amsterdam en Maastricht, en Antwerpen dat ligt in België. Ze vertelde dat deze tempel in dezelfde periode en in opdracht van dezelfde keizer gebouwd is als de grote Todai-ji tempel in Nara. Ieder district kreeg toen een kleinere tempel, waarvan die in Takayama een van de weinige overgeblevenen is. Dwalend door de oude straatjes, langs de saké-brouwerijen met de karakteristieke bol van bladeren voor de deur, kwam ik uiteindelijk bij het Takayama-jinya, een voormalig overheidsgebouw.

Dit grote gebouw, met “vergaderzalen” en “kantoorruimtes” herbergt ook een interessante “verhoorkamer” voor justitie, inclusief martelwerktuigen. Terug in het hotel werd ik opgewacht door de receptioniste, die zich nogmaals verontschuldigde voor het feit dat het pension het gisteren en vandaag zonder warm water moest stellen. Vanochtend bij het openluchtmuseum kwam er ook al een vrouw een restaurant uit rennen, die de eigenaresse van het pension bleek te zijn en die zich bij mij uitgebreid verontschuldigde voor het ontbreken van het warme water. Ik mompelde nog iets van “koud water is juist goed bij zulke hoge temperaturen”, maar het speet haar werkelijk heel erg. ‘s Avonds kreeg iedere gast een gratis fles bier om het leed te verzachten …

Ogimachi

Om 8.10 met de locale bus op pad gegaan naar Ogimachi, het hart van de Shokawa-vallei. Het was een mooie rit door een groen en bergachtig landschip, met veel tunnels. Na een overstap in het plaatsje Makido kwam ik rond kwart over 10 aan in Ogimachi. Het dorpje Ogimachi is eigenlijk één lange straat, die een vallei doorkruist.

Aan weerszijden van die straat staan tientallen zgn. gassho-zukuri-huizen. Deze hebben rieten daken die tot bijna aan de grond steil naar beneden aflopen, zodat de sneeuw er in de winter niet zo makkelijk op blijft liggen. In combinatie met het berglandschap levert dit prachtige plaatjes op. Ik hoop maar dat mijn foto’s goed gelukt zijn … Als lunch at ik hida-soba, warme noedels met “berggroentes” (paddestoelen e.d.). Na nog wat souvenirwinkels bekeken te hebben pakte ik de bus van 14.15 uur (de laatste van de dag) terug naar Makido en Takayama.

In de bergdorpen onderweg zag je overal de wapperende vanen vanwege de aanstaande Kinderdag Kodomo-no-hi. Helaas kon ik er vanuit de rijdende bus geen foto’s van maken, maar een halfuurtje rondlopen door de straten van Takayama leverde ‘s avonds gelukkig wel resultaat op.

Harajuku

De laatste dag om nog wat van Japan te zien (helaas). De ochtend bracht ik door in de trein, om van Takayama via Nagoya naar Tokyo terug te reizen. In Tokyo aangekomen stopte ik mijn bagage weer in een kluisje, en ging op weg naar het Meiji-jingu schrijn in de wijk Harajuku. Harajuku is een zeer welvarend deel van Tokyo, zo te zien aan het grote aantal glimmende Duitse auto’s op de opritten. Het Meiji-jingu schrijn ligt in een bosachtig park, wat het zeer sfeervol maakt.

De entree tot het schrijn is groots opgezet met een metershoge Torii, gevolgd door een lang en breed grindpad. Vervolgens de reinigingsplaats, waarna je bij het schrijn zelf komt. Dit alles in volkomen rust vanwege de totale afwezigheid van souvenirstalletjes en groepen toeristen (een unicum in Japan). Tegen vieren werd het tijd om in te gaan checken bij het hotel voor de laatste nacht. Helaas was ik zo stom geweest om niet van tevoren in Nederland de locatie van het hotel op te zoeken.

Met alleen een adres kom je in Japan nergens (dat is een vrij willekeurige combinatie van getallen). Na een half uur in en om het station van Shinjuku, de wijk waar ik moest zijn, gezocht te hebben naar een informatiebalie of een plattegrond met hotels, gaf ik de moed op en stapte in een taxi. De chauffeur had gelukkig wel van het hotel gehoord, hoewel hij nog bij iedere hoek van de straat in zijn heel-veel-straten-boek van Tokyo moest kijken of hij nog op koers lag. In een kwartiertje waren we er, en de prijs voor de rit (900 Yen) viel ook nog eens erg mee.

Na mijn bagage op de kamer gedropt te hebben snel spaghetti gegeten bij een restaurantje genaamd Ducky Duck. Aansluitend heb ik me volledig gestort op het uitgeven van een paar duizend Yen aan boeken en cd’s (met succes). Na zessen werd het drukker en drukker in de winkelstraten, zo leek Shinjuku wel Amsterdam op Koninginnedag. Om op tijd op het vliegveld te zijn moest ik al om 6 uur uit het hotel vertrekken. Zo vroeg zag ik dat de paralel tussen een doorsnee-avond in Shinjuku en Amsterdam op 30 april ook opgaat voor de ochtend er na: de straten lagen bezaaid met papier, blikjes en andere resten van een bruisende avond.

Vanaf Station Shinjuku ging het vervolgens in anderhalf uur naar Narita-airport. Daar op het vliegveld verloor de Japanse precisie het toch wel van de efficiëntie: meerdere keren moest je je paspoort en/of instapkaart laten zien, check zus en zo (vaak maar door 1 persoon bemand) leidden tot lange rijen en wachttijden. Aangezien ik vrij vroeg vertrokken was had ik toch nog even de tijd om het laatste Japanse geld op te maken aan souvenirs, leesvoer en een ontbijt.

Met een Boeing 747 van Lufthansa vloog ik tenslotte via Frankfurt naar Amsterdam. Op Schiphol bleek niet geheel onverwacht dat mijn bagage ontbrak. Op Frankfurt had ik maar een half uur overstaptijd gehad, het leek me al onwaarschijnlijk dat ze in zo korte tijd de bagage over zo’n groot vliegveld zouden kunnen verplaatsen. Bij de balie op Schiphol werd me meteen al verteld dat de bagage al opgespoord was in Frankfurt en morgen bij mij thuis bezorgd zou worden. Na nog wat startproblemen met mijn auto (laat een VW Polo-diesel nooit 3 weken stilstaan) was ik uiteindelijk om half 7 ‘s avonds weer thuis.

Gerelateerd

We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. Als je doorgaat met het gebruiken van de website, gaan we er vanuit dat ermee instemt. Prima! Lees meer