Reis om de Wereld
Voeding voor reizigers

Muzikale reis door Burkina Faso

125

Gemma en Dennis reizen vanuit Mali naar Burkina Faso. Op zoek naar muziek, dans en poppenspel. ‘Via contacten hebben we een uitnodiging gekregen om in de Franse ambassadeurs-woning een poppen theater bij te wonen. In de achtertuin van de woning is een fraaie tuin met zwembad. We zien dat Ja-ja en een paar van zijn muziekvrienden er al zijn. De gasten zitten of staan in een halve cirkel rond de muziekanten en dansers. Er staan drie djembées klaar.’

Dennis Remmelzwaal

In de “Avenue Bababangida” gaan we even op de stoep zitten om bij te komen. Enkele nieuwsgierige voorbijgangers begroeten ons met “ça va?” en schudden daarna onze handen. Kinderen met buikjes van ondervoeding kijken toe. Gemma en Dennis volgen het poppenspel, de traditionele griot- en Afrikaanse dansmuziek en krijgen een djembée toegeschoven.

Grens Burkina Faso

In de namiddag bereiken we de grens met Burkina Faso en moeten we allemaal uit de brousse (taxi) stappen. Bij twee militairen leveren we de identiteitspapieren en vaccinatie bewijzen in. In een aantal Afrikaanse landen is het noodzakelijk dat je het “gele boekje” bij je hebt. De tijd verstrijkt maar er wordt altijd handel gedreven, van een in een prachtig paarse omslagdoek geklede lange vrouw, koopt Gemma wat fruit. De zonsondergang zorgt voor een mooie verkleuring. Dan krijgen we onze papieren terug.

De grensformaliteiten van Burkina Faso nemen gelukkig niet zoveel tijd in beslag en ik zie in mijn paspoort dat ik een mooi stempel rijker ben. We vervolgen onze weg, echter zitten overal gaten in de weg en in het donker rijdend hobbelen we naar onze volgende stop. Het is een controle post, waar we de bagage moeten laten zien.

Bakamo

Het wordt ons duidelijk dat ze opzoek zijn naar stoffen, deze zijn in Mali aanzienlijk goedkoper en er is een levendige smokkel. Twee controle posten verder stappen we tegen negen uur uit in Bobo Dioulasso en gaan opzoek naar een onderkomen. Het eerste wat opvalt is dat de bevolking anders gekleed gaat dan in Mali, de traditionele boubou’s, een fraai gekleurd en geborduurd lang hemd, hebben plaats gemaakt voor een t-shirt en spijkerbroek.

Na aankomst in Bamako (Mali) wordt je gelijk ondergedompeld in het Afrikaanse leven. De warmte, een wandeling over de markt en de kleurrijke mensen op straat laten je direct voelen dat je op een ander continent bent. Onze belangrijkste reden om dit gebied te bezoeken is de muziek, dans en poppenspel.

Sommige dansers zijn in een trance en stampen het stof tot ongekende hoogten.
Sommige dansers zijn in een trance en stampen het stof tot ongekende hoogten.

Grand Marché

Maar eerst bezoeken we enkele andere bezienswaardigheden. Als we de “Rue du Commerce” inslaan zien we de “Grand Marché”, deze staat bekend als één van de beste markten in West-Afrika. Het hart van de markt is ommuurd en er staan ook nog diverse kraampjes buiten de muur. Alles ziet er geordend uit en we lopen langs het textiel, vlees, groente en vis gedeelte.

De omslagdoeken van de vrouwen zijn kleurrijk en het kapsel varieert van prachtige lange vlechten tot acht plukken in de lucht. We slenteren verder door de straten en enkele nieuwsgierige voorbijgangers begroeten ons met “ça va?” en schudden daarna onze handen. Onderweg springen ook de prachtige uithangborden van de kappers in het oog, deze zijn in felle kleuren geschilderd en van elk kapsel is een afbeelding gemaakt.

Djembee

Via contacten hebben we een uitnodiging gekregen om in de Franse ambassadeurs-woning een poppen theater bij te wonen. In de achtertuin van de woning is een fraaie tuin met zwembad. We zien dat Ja-ja en een paar van zijn muziekvrienden er al zijn. De gasten zitten of staan in een halve cirkel rond de muziekanten en dansers.

De zo typerende lemen architectuur voor de gebouwen.
De zo typerende lemen architectuur voor de gebouwen.

Er staan drie djembées klaar. De mannen spelen het stof van de instrumenten. Als de band goed in zijn vel zit komt Ja-ja, de poppenspeler de vloer op. Hij begint met z’n spel en verteld over het leven in het oerwoud. Een bijzondere uitvoering van de leeuw, giraffe en de vogel. Dan volgt een bonte verzameling marionetten die dansen op de opzwepende klanken van de djembée. “Anitjé, Anitjé” klinkt het, hetgeen letterlijk “dank je” betekend. We genieten van de sfeer en de mooi gemaakte poppen. Na het optreden drinken we met Ja-ja en zijn muzikanten wat “dolo”, eigen gebrouwen bier. Later genieten we samen van een heerlijk bordje “riz gras”.

‘Afrikaans’ swingen in een nabijgelegen “boite de nuit”, het blijft bij kijken.
‘Afrikaans’ swingen in een nabijgelegen “boite de nuit”, het blijft bij kijken.

Bobo Dioulasso

We laten de griot-muziek achter ons en gaan op zoek naar de opzwepende djembée klanken van Burkina Faso. Bobo Dioulasso is een prettige stad om te verblijven. Opvallend zijn de brede lanen, gezellige markten, parken, winkels en café’s. Eerst gaan we naar het “Musée provincial de Houët”, aan het “Place de la Nation”. Het bezit een prachtige tuin en twee kleine zalen.

Hier zien we een fraai bewerkte houten deur van de Sanufo stam, hoeden van de Peul, een beeld van de Mossi stam dat tijdens begrafenissen wordt gebruikt, traditionele kleding, halskettingen, deursloten en een aantal maskers. Onderweg eten we onze lunch en zien de vele verkopers, die rond lopen met hun koopwaar. Vrouwen met fruit en mannen met sigaretten, plastic emmers, kleding en zelfs papieren zakdoeken. Kinderen bieden voornamelijk ansichtkaarten en van oude blikjes gemaakte motorfietsjes aan.

Dan nemen we een kijkje aan de “Avenue de la Revolution”, waar een in 1880 gebouwde moskee een prachtig voorbeeld is van de Soedanese leem architectuur. Segou nodigt ons uit de moskee te bekijken, binnen lopen we langs een doolhof van pilaren. Hij vertelt ons dat de vrouwen achter in de moskee zitten en de mannen vooraan.

Lobi stam

Op de eerste rij de edelmannen en de “grand marabouts”, verheven moslim mannen. Er heerst een mysterieuze sfeer binnen in de donkere moskee omdat er enkele lichtbundels naar binnen vallen op mannen die geknield zitten. Vervolgens zijn we min of meer verplicht om in de winkel van Segou’s oom te kijken. Deze staat vol met muziekinstrumenten, beeldjes, stoelen en maskers.

Er hangen maskers van de Mossi en Lobi stam, maar de meeste maskers zijn van de Bobo zelf. Het bekendste masker is het grote, horizontale “vlinder masker”. Deze is ongeveer anderhalve meter breed en beschilderd in de kleuren rood, zwart en wit. Het masker wordt gedragen tijdens begrafenis rituelen en bij regen- en vruchtbaarheidsdansen waarbij de god “Do” wordt aangeroepen. Het blijft bij kijken.

Een vertegenwoordiger van de Lobi stam.
Een vertegenwoordiger van de Lobi stam.

Kalebassen

In de ochtend hebben we Amadou al op straat ontmoet en het blijkt dat hij een voorliefde deelt met ons, de djembée, traditionele trommel. Hij nodigt ons uit om te luisteren naar de djembée groep waarin hij speelt, vandaag gaan ze repeteren. Als we de straat uitlopen komen de trommelgeluiden ons al tegemoet. Op de binnenplaats van het huis is de moeder van Amadou druk aan het vegen en kijkt niet vreemd op als we langs haar lopen. Ook wordt er dolo gemaakt en vrouwen roeren in grote potten die op het vuur staan.

Er zit al een groepje mensen te spelen in een hoek op de binnenplaats. Ze spelen op balafons, te vergelijken met een xylofoon, en trommels die zijn gemaakt van kalebassen. We genieten van de muzikanten. Ze gaan helemaal op in de muziek en ondanks het feit dat het warm is, gaan ze er vol tegenaan. Het zweet loopt aan alle kanten langs hun lichaam.

Een jongen heeft een prachtig kapsel met vlechtjes. Wij krijgen een kalebas dolo en nippen er voorzichtig aan. Gemma danst een beetje met de muziek mee. De moeder van Amadou moet er om lachen en de kinderen uit de buurt dansen mee. Ze moeten dat wel op een afstand doen, want als ze te dichtbij komen, jaagt ze de kinderen weg met haar bezem.

Dan komen de dansers ten tonele en dansen op de opzwepende klanken van de djembée. Deze zetten er meteen een flink tempo in. Er ontstaat een prachtig spanningsveld tussen de muzikanten, dansers en het publiek. Sommige zijn helemaal in een trance en stampen het stof tot ongekende hoogten. De lucht is gevuld met stof, de geur van zweet en de kreten “anitjé”. We genieten van deze ontmoeting. Wij moeten eraan geloven en krijgen een djembée toegeschoven. Ooit hebben we achter een djembée gezeten. We beginnen stuntelig, met de vingertoppen bespelen we de djembée. Alras hebben we het ritme te pakken. De rumba en kassa volgen elkaar in rap tempo op en daarna wordt het zweten geblazen. In hoog tempo proberen we met de band mee te spelen, maar moeten het laten afweten…

“Elke trommelspeler heeft een moeder gehad die goed gierst kon stampen”. West-Afrikaans spreekwoord – het gierst stampen is een ritmisch gebeuren.