Reis om de Wereld
Voeding voor reizigers

Op excursie in Gambia

180

Gambia leent zich voor luieren, het is niet groot, je kunt niet op wildsafari, dus je hoeft je niet schuldig te voelen als je bij het zwembad blijft liggen. Anita van Hezik vertrok voor een korte zonvakantie naar het West-Afrikaanse Gambia. In haar reisverhaal beschrijft ze de de eendaagse excursie langs de highlights van Gambia.

Anita van Hezik

De schuifdeuren op het vliegveld openen zich en ik sta oog in oog met talloze jongemannen die niet veel groter zijn dan ik. Diepzwarte huid, zwarte krullen en donkerbruine ogen die nauwelijks te onderscheiden zijn in hun gezicht. Ze haasten zich naar me toe. ‘Taxi?’ ‘Luggage?’ ‘How are you? You’re nice.’

Op excursie in Gambia

Ik glimlach vriendelijk en zeg ‘thank you,’ of ‘no, thank you,’ afhankelijk van de opmerking of vraag en loop door alsof ik oogkleppen op heb. Vooral niemand aankijken, vooral je pas niet inhouden, dat had ik tijdens het reizen in India wel geleerd.

Maar dat is lang geleden, ik heb dat gematigd onbeschofte niet meer in me. Of zijn de Gambianen vasthoudender? Ze wijken niet van mijn zijde. Een voor mij onzichtbare strijd heeft zich naast mij voltrokken.

Er loopt nog maar een jongen naast mij. De anderen hebben zich op de honderden andere toeristen gestort, die met de chartervlucht hier zijn gearriveerd. Een taxi heb ik niet nodig, mijn rugzak draag ik zelf en ik weet waar ik naartoe moet. De dame die op het vliegveld stond te wachten met het bordje Senegambia Beach wees me de weg. Bus 2.

Bij de bus staat een vriendelijk meneer die mijn bagage aanneemt en in de bagageruimte zet. ‘Welcome to the Gambia,’ zegt hij en overhandigt me een enveloppe. Ik stap de bus in en maak de enveloppe open.

Informatie over de beste restaurants, het welkomstdiner, excursiemogelijkheden, een plattegrond van het dorpje Kololi en van het hotel. Het hotel is zoals zo velen hier langs het strand, in meerdere of minder mate luxueus.

Kololi

Een privé-strand, zwembad, restaurant en mijn hotel heeft nog een tennisbaan, een zeer kleine golfbaan en elke avond een animatieprogramma. Een zonvakantie in Gambia. Het land leent zich voor luieren. Het is niet groot, je kunt er niet op wildsafari, dus je hoeft je niet schuldig te voelen als je bij het zwembad blijft liggen.

En als je al wat wilt zien, dan is dat in een dag te doen. Ik heb de keuze gemaakt om me met een eendaagse excursie langs de highlights van Gambia te laten voeren.

De bus waarin we vertrekken is een vrachtwagen met open laadbak waarin banken zijn gemonteerd. Ik zoek naar een plekje vooraan met uitzicht op de brede hoofdstraat van Kololi. De net opgekomen zon zorgt voor een aangenaam temperatuurtje. De eerste activiteiten van die dag vangen aan.

Langs de kant van de weg worden rieten manden, schoenen, groenten en fruit uitgestald. De gids is niet erg spraakzaam. Een toelichting op de gebieden waar we doorrijden blijft achterwege. Maar is er wel wat te vertellen over de verdorde struiken en de zanderige bodem?

Visafslag.
Visafslag.

‘You are my friend’

De eerste stop maken we in Bakau. De bus rijdt door een sloppenwijken. Huizen opgebouwd uit stukken cementsteen, hout, golfplaten, enkele gestuct en deels van een kleurtje voorzien en andere met gebladderde verf op het hout. Voordat ik naar Gambia vertrok heb ik wat gelezen over het land.

Het verbaast me niet dat kinderen uit allerlei steegjes komen gerend als de bus stopt. Niet alleen de allerkleinsten, maar ook meisjes van een jaar of twaalf.

Ik probeer een ongeïnteresseerd gezicht te trekken en kijk over de hoofden van de kinderen de verte in. Toch grijpen allerlei kleine handjes naar me en binnen de kortste keren heb ik drie kinderen aan mijn arm.

De vragen zijn mij uit de reisverhalen ook bekend. Ze moeten naar school en hebben te weinig geld, of ik ze geld wil geven. ‘You are my friend,’ hoor ik tientallen keren. Net zoals op de dagen ervoor, toen jonge kerels me dat vertelden. Ik blijf wat achter de groep en van een afstandje beschouw ik de optocht. Witte volwassenen, jong en oud lopen tussen de huizen door over de stoffige straat met drie, vier zwarte kinderen aan hun hand die allemaal smachtend omhoog kijken.

Leegte.
Leegte.

Ritueel

Zo lopen we door tot aan het hek van Katchikali Secret Crocodile Pool, waar tamme krokodillen te zien en zelfs te aaien zijn. En een heilige boom. Onder luid tromgeroffel werd vroeger hier het besnijdenisritueel uitgevoerd. Het gehuil van de jongetjes mocht niet te horen zijn, dat was een schande voor de familie. Daarna verbleven de jongens er een aantal dagen in afzondering.

De gids gaat verder niet in op vragen over het ritueel. Er zijn vrouwen bij de groep en het geheim mag vrouwen niet ter ore komen. Nu is de boom bijna ingesloten door de stad en heeft de moderne tijd het ritueel ingehaald. De besnijdenis vindt plaats in het ziekenhuis.

Een winkel met potjes en pannetjes…
Een winkel met potjes en pannetjes…

Slippers, houtsnijwerk en sieraden

De volgende stop is Banjul. Albert market. De gids waarschuwt ons om toch vooral dicht bij hem te blijven – we zouden eens verdwalen – en dan zijn de Gambianen niet te beroerd om je weer naar je hotel te brengen. Tegen een aardig prijsje. Dat schrikt af. De hele groep volgt het straffe tempo van de gids.

Af en toe vang ik wat op over deze of gene groente of kruid dat te koop is. We naderen een hek. Dat scheidt de reguliere markt van de toeristenmarkt. Wij krijgen een half uur om tussen de keurig opgestelde kraampjes rond te lopen. De gids gaat bij een dranktentje zitten. Hier is het veilig om alleen rond te lopen.

Onze groep is de enige groep toeristen en al kijk ik maar vanuit mijn ooghoeken naar het uitgestalde waar, direct staan drie verkopers naast me. ‘You like?’ Ik krijg slippers, houtsnijwerk en sieraden ongevraagd in mijn handen geduwd. Na deze ongetwijfeld enerverende ervaring voor minder ervaren reizigers, volgen we de gids weer. De bus in. Tijd voor een ander hoogtepunt: lunch tijdens een boottocht op de River Gambia.

De hoofdstad Bakau.
De hoofdstad Bakau.

It’s a shame

De boot ligt al te wachten als we bij de oever arriveren. Er zit iemand op zijn gemak op de boeg, benen ontspannen bungelend over de rand van stuurboord. De kapitein? De boot ligt enkele meters van de oever, maar er is geen steiger en geen boot om ons over te zetten. Een aantal mannen verzamelen zich rondom ons.

Er wordt volop gepraat, mannen verdwijnen en komen na enkele minuten weer terug, maar dat verandert niets aan de situatie. Een van de mensen ziet me schrijven. ‘You’re a journalist?’ ‘No, just writing in my diary.’ ‘Don’t write about this.

It’s a shame for Gambia.’ Intussen worden voorbijvarende schippers aangesproken en na enige tijd is een eigenaar van een motorbootje bereid ons over te zetten. Met een uitloop op het schema van een klein uur, zitten we dan toch aan de lunch. Als we verderop van de boot gaan, wacht ons weer een aantal souvenirkraampjes. Ik negeer ze.

Markt
Markt

De toespraak van de leraar

Na weer een korte rit geeft een stop bij een cultureel centrum ons de mogelijkheid om een tribal dance te zien, thee te drinken getrokken van de gedroogde roos van de Hibiscus en een ander drankje te nuttigen gemaakt van de boabab. Met de kleur en consistentie van een bananenshake, maar met de overduidelijk smaak van apenbrood.

Hoogzittend in de laadbak van de bus/vrachtwagen schommelen we verder over de dorre vlakte van Gambia. Ergens midden in die vlakte bezoeken we die middag een school.

De leerlingen, die ook bij aankomst direct aan mijn armen hangen en vragen of ze mijn pet krijgen, hebben liedjes ingestudeerd. Na een toespraak van de leraar die alles uitlegt over het schoolsysteem en vooral ook benadrukt waar gebrek aan is, treden ze enthousiast – en sommigen verlegen – op.

Simpele zuurtjes

Als ik mijn plaatsje weer heb opgezocht in de bus, zie ik een van de excursiegangers een steentje bijdragen aan het welzijn van de kinderen. Ze gooit een zak snoep tussen de groep kinderen. Ze duiken erop af, zich niet storend aan enige waardigheid die ze zouden kunnen ophouden.

De vrouw is uitermate verbaasd hoe de kinderen vechten om de simpele zuurtjes uit Europa. Een van de docenten haalt de kluwen kinderen uit elkaar, laat ze in een rij gaan staan en deelt een voor een de snoepjes uit. Ik maak me zo klein mogelijk, ik voel plaatsvervangende schaamte.

Exact

Op de terugreis stoppen we op het eind van de middag bij een strand. Op dat moment varen de bootjes binnen met vangst van die dag. Dames in kleurrijke gewaden en jongens in shorts en t-shirts halen de vis uit de boten, de grote plastic emmers laveren op hun hoofden. Twee meter verderop op het strand wordt het direct verhandeld.

De emmers gaan van hoofd op hoofd. We banen ons een weg tussen de zwarte drukke. Eind van de middag betekent een race tegen de klok. Het is niet mogelijk om rond te slenteren, de sfeer te proeven en te zien hoe koop en verkoop verlopen.

De gids heeft haast en binnen een kwartier zitten we weer in de bus voor het laatste ritje terug naar het hotel. Evenals het vertrek ‘s ochtends, is ook de aankomst exact op tijd.