Pelgrimsroute naar Santiago de Compostela

door Reis om de Wereld
Gepubliceerd: Laatst ververst op 662 views

De pelgrimsroute naar Santiago de Compostela in Galicië, Noord-Spanje wordt al eeuwen gelopen door veel mensen. Het is de tocht naar het vermeende graf van de leerling van Christus, Sint Jacob. Vandaar ook de naam Sant Iago, Sint Jacob. De originele tocht – de Camino Frances – begint aan de Frans-Spaanse grens in Saint-Jean-Pied-de-Port of bij de Col du Somport. De tocht hiervandaan tot aan Santiago is ongeveer 825km. Als je dus rekent op 20 tot 30km per dag in goede conditie, doe je er ongeveer 33 dagen over. Dus bezint eer ge begint, want een dikke maand is er wel voor nodig.

Hans Baars

De pelgrimsroute naar Santiago de Compostela in Galicië, Noord-Spanje wordt al eeuwen gelopen door veel mensen. Het is de tocht naar het vermeende graf van de leerling van Christus, Sint Jacob. Vandaar ook de naam Sant Iago, Sint Jacob. De originele tocht – de Camino Frances – begint aan de Frans-Spaanse grens in Saint-Jean-Pied-de-Port of bij de Col du Somport. De tocht hiervandaan tot aan Santiago is ongeveer 825km. Als je dus rekent op 20 tot 30km per dag in goede conditie, doe je er ongeveer 33 dagen over. Dus bezint eer ge begint, want een dikke maand is er wel voor nodig. De beste tijd om te lopen is afhankelijk van wat je zelf wilt.

Ons idee was om voor het voorjaar te kiezen vanwege de milde temperatuur en de drukte op de route. Er was ons verteld dat het druk kon zijn in juli en vanzelfsprekend rekening houdend met de hoge temperaturen die in de zomermaanden te verwachten zijn. In begin april was de temperatuur rond de 15 graden en het was zonnig. Let er op dat als je toch voor juli kiest dat het lopen dus een stuk zwaarder zal zijn. Ieder jaar dat 25 juli (de naamdag van Sint Jacob) op een zondag valt is een “heilig jaar”, dus extra drukte op het parcours.

Hier rechtsaf…

Hier rechtsaf…

Tijd is geld

Wij hadden die tijd helaas niet. Wij hadden drie weken en besloten om vanaf Astorga naar Compostela te gaan lopen. De afstand is circa 275km en de bedoeling is om dit in 14 dagen te vervolbrengen, lopend wel te verstaan. De route is vanaf het beginpunt in Zuid-Frankrijk overigens heel goed gemarkeerd, overal zie je markeringen met een schelp, het symbool van Sint Jacob, op borden, huizen, gele pijlen etc.

Om in Astorga te komen, kan je eenvoudig een goedkoop vliegticket kopen naar Madrid, vervolgens de sneltrein nemen Madrid-Leon en hiervandaan het boemeltje Leon-Astorga. Astorga zelf is een heel mooi en gezellig stadje, goed om bij te komen van de reis, goed om alvast het Camino-gevoel te krijgen. Astorga heeft een mooie kathedraal en diverse Gaudi monumenten.

De wandeling kan beginnen. Het nadeel om in Astorga te beginnen, is het feit dat je vanaf hier enkele hoge bergen over moet. En ik zeg hoge bergen, omdat het zo voelt. De eerste etappe tot Rabanal del Camino is geleidelijk bergop over een afstand van 20km. Het blijkt dat de refugio’s pas 1 april open gaan en het is 31 maart. Om te mogen slapen in refugio’s dien je lid te zijn van het Nederlands Genootschap Sint Jacob. Dat wil zeggen, je kan hier een zogenaamde pelgrimspas krijgen.

Deze pelgrimspas is een kaart met je naam en plaats voor stempels. Overal langs de Camino kan je stempels krijgen, in ieder geval in alle refugio’s waar je overnacht. Leuk souvenir. Dit Nederlands Genootschap van Sint Jacob biedt overigens een schat aan informatie over je reis, je uitrusting en allerhande andere tips voor deze en andere pelgrimstochten. Kijk op http://www.santiago.nl voor uitgebreide informatie.

Een nat pad onderweg.

Een nat pad onderweg.

Refugio’s

De eerste overnachtingsplaats is bereikt, blaren beginnen zich te openbaren en er is veel en prettig contact met diverse wandelaars. Mensen uit Nieuw-Zeeland, USA, Spanje, Duitsland, etc. Om nou te zeggen dat het een religieus sfeertje is, nee. En dat hoeft natuurlijk ook niet. Hoewel de route naar Santiago de Compostela een pelgrimstocht is, is het voor veel mensen een tocht van bezinning.

Hoe meer mensen je spreekt onderweg, hoe duidelijker dat wordt. Pelgrims onder elkaar; dat schept een band en geeft ook meer openheid dan je zo op straat zou tegenkomen. Iedereen heeft wel een missie om deze tocht te volbrengen, sommigen zijn op zoek naar zichzelf, sommigen doen werkelijk boete, sommigen staan op een keerpunt in hun leven. Heel boeiend al met al. De refugio’s zijn over het algemeen goede plekken om te slapen, je krijgt het jeugdherberggevoel van grote slaapzalen, soms warm water, geen voedsel.

Vaak is een refugio gratis, even zo vaak wordt je gift aan je eigen gevoel overgelaten, andere keren betaal je tussen de 3 en 7 euro per nacht. Je zorgt zelf voor voedsel onderweg en dan maar hopen dat je wat tegenkomt. Nu blijkt het in de praktijk heel goed te doen, er zijn voldoende dorpjes onderweg, waar van alles te koop is. Van oudsher zijn er ook overal waterpompen om je dorst te lessen. Goed geregeld dus.

Kapel.

Kapel.

Refugio in Villafranca

De volgende dag gaat de route langs de Cruz de Fer (het IJzeren Kruis op 1500m hoogte) naar Molinaseca, afstand 26km. Een zware dag. Bij de Cruz de Fer ligt een enorme stapel stenen bij het kruis. Iedere pelgrim die hier langskomt legt hier een steen bij en doet een wens. Een mooie gedachte. Na Molinaseca is er een lange etappe naar Villafranca del Bierzo, 32km. Het is de dag dat we door Ponferrada lopen, een mooie oude stad met een oude tempelierskasteel. Erg fraai. De omgeving blijft nog steeds erg fraai en zeer afwisselend. Wandelaars die van de natuur houden en van afwisselende omgevingen, ga gerust de Camino lopen, u komt absoluut aan uw trekken.

Uitzicht op Santiago de Compostela.

Uitzicht op Santiago de Compostela.

De route

Naast de fraaie omgeving loopt de route eveneens over zeer afwisselende wegen. Dan heb je weer een landweggetje, dan weer een stuk asfalt, dan weer loop je door de bossen langs een snel stromend riviertje. Ook de markeringen zijn divers. Zoals gezegd heb je op veel plaatsen de gele pijlen, de schelpen en je hoopt uiteraard dat je niet de verkeerde kant op wordt gestuurd. Gelukkig valt dat in de praktijk mee.

Optocht.

Optocht.

Laatste stappen

De laatste kilometers zijn zwaar. Zeker als je de eerste aanblik van de grote stad Santiago hebt gehad. Het wordt ook steeds drukker op de laatste kilometers, het blijkt dat er een hoop wandelaars zijn die slechts de laatste 100 kilometers lopen. Want dat is de grens om in aanmerking te komen voor de zogenaamde Compostela. De Compostela is het bewijs wat je krijgt dat je de route hebt gelopen.

Uiteraard dien je je stempelboekje te overleggen op het kantoor vlakbij de kathedraal in Santiago waar je meldt dat je de camino hebt gelopen en vanaf welk punt je bent begonnen. Het is een mooi bewijs voor je eigen prijzenkast. Er zijn twee verschillende Compostela’s overigens, een voor gelovigen, een voor niet gelovigen.

Dan de laatste meters naar de kathedraal. De kathedraal zelf is een uitermate mooi en groot gebouw in het hartje van de oude stad. Je komt binnen en je gaat in de rij staan om het beeld van Sint Jacob aan te raken, een van de laatste taken die je hebt als pelgrim. Vervolgens laat je de magische krachten van de magistrale kathedraal op je inwerken en bezoek je als laatste ook nog het graf van de heilige Jacob. Een prachtig graf.

Volbrengen

Er bestaat de mogelijkheid om in de refugio naast de kathedraal te overnachten. Onze keuze was echter om een goed hotel te nemen, als beloning van het vervolbrengen van de Camino. Nog enkele dagen om te genieten van de prachtige stad was een weldaad.

Gerelateerd

We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. Als je doorgaat met het gebruiken van de website, gaan we er vanuit dat ermee instemt. Prima! Lees meer