Testrit Uganda

door Reis om de Wereld
Gepubliceerd: Laatst ververst op 108 views

Pak de kaart van Afrika en zoek haar hart. Waar kom je uit? Uganda! Reiziger Paul Gevers pakte zijn biezen en maakte een testrit. Drie weken met een Landrover door de Parel van Afrika. ‘Bij onze aankomst in Kampala, de hoofdstad, staat chauffeur Nando ons op te wachten. ‘Hello mzungu, how are you’? Mzungu betekent blanke. Wij, vijf toeristen en tevens vrienden, kijken constant schichtig om ons heen. Niet omdat we bang zijn, maar we vallen zo op’, schrijft Paul.

Paul Gevers

Pak de kaart van Afrika en zoek haar hart. Waar kom je uit? Uganda! Reiziger Paul Gevers pakte zijn biezen en maakte samen met reisorganisatie Matoke Tours een testrit. Drie weken met een Landrover door de Parel van Afrika. Een vriend van mij, Coen, vroeg in April of ik meeging. Zijn ouders werkten al een jaartje in Uganda.

Als ontwikkelingswerkers. Zijn idee was een reis op te zetten voor Nederlandse toeristen. ‘Maar eerst een testritje maken’, zei Coen. In het begin had ik overigens mijn twijfels. Uganda? ‘Klinkt onveilig’, vond ik. ‘Idi Amin was daar toch?’ Maar in Uganda merkte ik al snel dat mijn angst ongegrond was. Een 44-jarige Ugandees drukte mij met de neus op de feiten: ‘We leven hier van dag tot dag. Terugkijken doen we niet, zeker niet naar een zwarte bladzij uit onze geschiedenis.

Dat zou toch tijdverspilling zijn? Dit land heeft zoveel meer te bieden dan zijn geschiedenis.’ De testrit is nog geen 24 uur bezig en de indrukken zijn al overweldigend. Mijn hersenen doen moeite om het allemaal op te slaan. Afrikaanse kindertjes in felroze schooluniformen, fietsen met duizend-en-één kilo matoke (groene kookbananen), pick-uptrucks die onevenwichtig op de weg balanceren omdat te veel mensen mee willen rijden. En dat allemaal op een rode ondergrond van zandwegen die innig reflecteren met zwoele zonnestralen en zwarte huiden. Met links en rechts op de flanken een constante aanwezigheid van groene natuur. En de geur? Overal ruik je houtskool.

Kampala

Bij onze aankomst in Kampala, de hoofdstad, staat chauffeur Nando ons op te wachten. ‘Hello mzungu, how are you’? Mzungu betekent blanke. Wij, vijf toeristen en tevens vrienden, kijken constant schichtig om ons heen. Niet omdat we bang zijn, maar we vallen zo op. De enige witte puzzelstukjes in een grote zwarte puzzel. We lachen Nando verlegen toe.

Na die eerste dag in de hoofdstad brengt Nando ons naar Entebbe. Daar staan Moses en Isaac ons op te wachten. De schippers hebben het goed voor elkaar. Voor onze oversteek naar het eiland Galangala, een drie en een half uur durende trip, vragen ze achttien euro per persoon. We hebben weinig keus. Moses en Isaac glimlachen. Negentig euro, daar moeten veel Ugandezen twee maanden voor werken. We doen het maar. We zwaaien onze chauffeur Nando gedag: ‘See you in two days’.

Handen grijpen richting de ‘oh-shit-line’.

Handen grijpen richting de ‘oh-shit-line’.

Motorsloep

Moses is de man die het woord doet. Terwijl Isaac rustig het meer over zoeft, vertelt Moses enthousiast over de vele doden die in het Victoriameer liggen. ‘De meeste Ugandezen kunnen niet zwemmen. En het weer is vaak onheilspellend. Kijk, zie je dat daar, in de verte.’ Donkere wolken, bijna zwart, naderen ons. ‘Zonder een goede boot ben je dus kansloos’, gaat Isaac verder. Onze gezichten betrekken wat. Zeker na een korte inspectie van de motorsloep. Galangala lacht ons zonnig tegemoet.

De donkere wolken hadden ons niet verrast. En die motorsloep… die was zo verkeerd nog niet. Kalangala is het hoofdeiland van de Galangala-groep. Grotendeels bewoond door tevreden visserfamilies. De visvangst is een vrij zekere bron van inkomsten in Uganda. Nooit gedacht dat het idyllische eilandenplaatje uit mijn gedachten hier in Uganda bewaarheid zou worden.

Palmbomen, wit strand, overhangende bomen, apen, groenheid in het kwadraat en koeien die relaxen in het Victoriameer. De stilte die het eiland die dag, avond en nacht overviel, zal ik nooit vergeten. En dat terwijl we de middag bij aankomst nog gewaarschuwd werden door de eigenaar van ons strandhuisje. ‘Mag ik mij excuseren voor de eventuele geluidsoverlast. We zijn bezig met de aanleg van een nieuwe tuin naast het restaurant.’

Zonsondergang bij Galangala eiland.

Zonsondergang bij Galangala eiland.

Paniek

Maar Uganda is meer dan alleen idyllisch relaxen. Na een aantal dagen van rust keren we met onze schippers terug richting Entebbe waar chauffeur Nando klaarstaat om ons naar Jinja te brengen. Jinja is de tweede stad van Uganda. In 1862 ontdekte John Hanning Speke hier de oorsprong van de Nijl. Die oorsprong betekent hier in Jinja vandaag de dag nog maar één ding: RAFTEN. Nergens ter wereld zijn stroomversnellingen zo wreed als hier.

We kiezen die donderdagmiddag voor Speke Camp, een backpackerskamp, gelegen aan een aantal stroomversnellingen langs de Nijl. We worden omringd door geluiden van hevig kolkend water. De volgende ochtend leren licht nerveuze mensen wat je moet doen als je omslaat (de ‘oh-shit-line’ vastpakken), dat je nooit in paniek moet raken en dat je vooral niet moet vergeten om je levensengel goed aan te snoeren: het reddingsvest. Reno, onze Zuid-Afrikaanse instructeur, praat nogal binnensmonds.

Gevolg: onduidelijkheid over wat ons te wachten staat. En dat merken we snel bij de eerste stroomversnelling, een rapid 5, de G-spot genaamd. We peddelen op het kolkende en krachtige water af. Dan blijkt dat we het gevaar zwaar onderschat hebben. De boot slaat om, handen grijpen richting de ‘oh-shit-line’, maar voor sommigen is het te laat. Binnen een mum van tijd liggen mensen tientallen meters verder te vechten tegen de kracht van de Nijl. Dankzij hun reddingsvesten komen zij boven water om vervolgens opgepikt te worden door roeiers die je weer richting de boot brengen.

‘Hello Mzungu! How are you?’

‘Hello Mzungu! How are you?’

Mount Elgon

We gaan verder en passeren een rapid 6, ‘The Dead Dutchman’ genaamd. Het was een Nederlander die hier eens dacht zonder veiligheidsmiddelen zoals vest en helm, de Nijl te kunnen bevechten. Hij overschatte zijn krachten. Een dag na het gevecht met de Nijl gaan we met onze Landrover richting Mount Elgon, een vulkaangebied in het oosten van Uganda aan de grens met Kenia. De natuur verandert hier. Dichte vegetatie wordt ruimer, gebieden zijn uitgestrekter en, niet onbelangrijk als je per Landrover dit land verkent, wegen worden goed.

Na een vier uur durende tocht, onder andere langs de schitterende watervallen van Sipi, komen we aan bij het plaatsje Kapwai, waar we overnachten in een Nationaal Park. De volgende ochtend vroeg op voor een flinke wandeltocht door dit vruchtbare gebied. Mount Elgon grenst aan Kenia en op sommige plekken reikt het zicht over de savannevlaktes zo ver dat je Kenia in kan kijken. Daar heb je dus geen visum voor nodig.

uganda leeuw

Een leeuwin slaat ons gade op de vlakten van ‘Queen’.

Mzungu, how are you?

Stanley, een toepasselijke naam voor een gids in Afrika, neemt ons op sleeptouw in het oerbos van Mount Elgon. Bij ieder geritsel moeten we stil zijn. Zeker als zijn oog valt op de ‘black and white colobus’. Een schitterende aap met lange zwarte en witte haren. Na de fascinerende tocht door Mount Elgon moesten we terug richting Kampala.

Het oosten van Uganda had ons deze eerste dagen verbaasd met zijn schoonheid. Nu dus richting het westen. En elke keer als je per Landrover de Ugandese natuur verkent, is daar de samenscholing van al die kinderen en volwassenen. ‘mzungu, how are you?’ De kindertjes rennen achter de Landrover aan alsof hun leven er van af hangt. De volwassenen steken een hand op, zwaaien verlegen en kijken je lief aan.

hippo uganda

De wateren rondom Queen Elizabeth zijn rijk gevuld met hippo’s.

Moordende bavianen

Het was een uur of zes rijden richting Kibale Forest. Het chimpanseewoud van Kibale is zo’n 750 vierkante kilometer groot en staat bekend om zijn vele apensoorten. Vermoeid zaten we in de Landrover. Het nachtleven in Kampala is zo wild als de Nijl. Net voor onze aankomst staan er bavianen langs de weg. Niet een paar, maar dertig à veertig bavianen die je rustig aankijken om vervolgens op het laatst, tijdens het passeren van de Landrover, het bos weer in te duiken. ‘Wat een geinige beesten zijn dat toch’, zei Coen.

Nando trok zijn mond open en leerde ons wat wel en niet geinig was. ‘Ze hebben vorige week nog een aantal kindertjes vermoord.’ En inderdaad. Later blijkt ook dat The New Vision, de nationale krant van Uganda heeft bericht over de moordende bavianen. De bavianen waren de hutjes van mensen binnen geslopen en hadden mensenbaby’s gevonden…

Het oog in oog staan met de chimpansees van Kibale Forest is de eerste ervaring met primaten in Uganda die echte indruk maakte. Hadden we al eerder verschillende apensoorten gezien, chimps zijn toch anders. Menselijker, veel minder schuw. Onze gids Bibi had kennis van zaken, volgde chimpanseedrollen, ging achter nesten aan en vond uiteindelijk wat hij zocht.

Een groep van acht chimps, van jong tot oud, keek ons aan, terwijl wij hen aankeken. Afstand: vier meter. Wat een ervaring! Maar het zou nog veel spannender worden… Na onze kennismaking met de chimpansees en een overnachting in een boomhut tussen woudolifanten verlieten we Kibale Forest om vervolgens naar het stadje Fort Portal te rijden. Het is de enige plaats in Uganda die nog zijn originele Engelse koloniale naam heeft behouden. Fort Portal kenmerkt zich door alpenlandschap. Groen, ruim, heuvelachtig en omgeven door kratermeren. Heerlijk om je te ontspannen met een wandelingetje en een zwempartij.

Een gorilla in Mgahinga National Park.

Een gorilla in Mgahinga National Park.

Rempedaal

We waren nu zo’n twee weken in Uganda. Allemaal voor de eerste keer in Afrika, behalve Coen, onze reisleider. Het werd dan ook eens tijd voor het echte Afrikaanse wildleven. Queen Elizabeth National Park stond ons op te wachten. We hebben het geweten. Queen Elizabeth National Park is samen met Murchison Falls het oudste wildpark van Uganda, opgericht in 1952. Queen is gelegen aan de voet van het grote massieve Rwenzori gebergte en aan de oevers van Lake Edward en Lake George.

De parken van Uganda zijn minder ‘dierlijk’ bevolkt dan in Kenia en Tanzania. Groot voordeel dus: veel minder toeristen en de prijzen zijn aanzienlijk lager. De weg richting het park wordt links en rechts al omgeven door grote aantallen gazellen, wrattenzwijnen en waterbokken. Voordat we de officiële ingang van het park betreden, drukt chauffeur Nando als een dolgedraaide stier op het rempedaal. Een ongeluk? Nee. ‘Look there, to the left’, zegt Nando. Twee leeuwinnen zitten op korte afstand met hun ruggen naar ons toe en draaien zo nu en dan hun hoofd om ons gade te slaan.

Honderden hippo’s

Na een overdreven fotosessie van onze kant verlaten we de leeuwinnen om vervolgens na enkele honderden meters weer met het rempedaal van Nando geconfronteerd te worden. Een enorme waterbok staat aan de rand van de weg. Nando besluit pal naast hem te stoppen. Terwijl wij foto’s maken, staat het beest zichtbaar onder spanning.

Groepjes spieren, verdeeld over zijn lichaam, trekken zich samen en weer los. Op het moment dat Nando zijn gaspedaal indrukt en aanstalten maakt om weg te rijden, vindt de bok het welletjes geweest. Met een enorme snelheid spurt het dier richting de landrover met zijn horens naar ons gericht. Na luttele momenten staakt hij de aanval. Hij wil ons blijkbaar bang maken. Zijn doel is geslaagd: vijf Hollanders met bonkende harten en een Afrikaanse chauffeur die zachtjes gniffelt.

Queen Elizabeth kon al niet meer stuk. Voordat we het park betraden, waren we al geconfronteerd met de natuur en haar dierlijke krachten. Uiteindelijk bracht Queen Elizabeth ons nog veel meer. Honderden hippo’s, agressieve olifanten die trompetterden als we te dicht in de buurt kwamen, leeuwen en leeuwinnen die schichtig om zich heen keken, een overvloed aan gazellen en bokken, een luipaard aan het luieren en hier een daar een enkele krokodil. Het Afrika van Discovery dus. En zo was het ook. Alleen veel heftiger als je er zelf bij bent.

Nationale Gorillapark Mgahinga

Na ons verblijf in het dierenrijk van Queen Elizabeth gingen we richting het plaatsje Kisoro. Voor dé beleving. Onder het stof kwamen we Kisoro binnenrijden. De weg daarheen is een zogenaamde ‘dirtroad’. Ook al sluit je de Landrover af, het helpt niet. Stof dringt poriën en longen binnen. Onherkenbaar gecamoufleerd stapten we de auto uit. Na een overnachting in Kisoro staan we de volgende ochtend om zes uur op om vervolgens drie kwartier te rijden naar het Nationale Gorillapark Mgahinga.

Het was mistig die ochtend, koud en regenachtig. Maar we waren niet de enige die last hadden van een plotselinge klimaatverandering. Tot onze grote verbazing stonden er 25 soldaten van het Ugandese leger ons op te wachten bij het gorillapark. Voorzien van mitrailleurs, granaatwerpers en nog meer dodelijke gevaren zouden zij ons vergezellen tijdens de gorillatracking. Vandaar misschien die $ 220 voor deze tocht. Sinds er in Bwindi, het andere gorillapark van Uganda, in 1999 dertien Amerikaanse toeristen zijn vermoord door rebellen uit de Congo doet men er alles aan om toeristen te beschermen.

Dichtbegroeide bamboe

We waren gespannen die ochtend. De grote vraag was: zien we wel of geen gorilla’s? De gorilla’s waren namelijk een weekje voor onze aankomst op reis gegaan richting Congo en het was maar de vraag of ze weer terug waren in Uganda. Omdat gorilla’s 98 procent van het menselijk gen bezitten, kon ik me wel voorstellen dat ze daar in Congo nog lekker aan het luieren waren.

De tracking was zo’n twee uur aan de gang voordat we de eerste sporen vonden. Lopend en bukkend door het dichtbegroeide bamboe zagen we enorme nesten met drollen. ‘Als ze het ’s nachts koud krijgen poepen ze gewoon in hun nest’, vertelt gids Robbert. ‘Krijgen ze het lekker warm van.’ Nesten, drollen, afgekluifde bamboestengels: we waren in de buurt en we waren ook licht zenuwachtig. We wisten wat ons te wachten stond: oog in oog met een ijzersterk, bijna menselijk wezen. ‘Sstt’, zegt Robbert. ‘I see them.’

En inderdaad, een groep van acht berggorilla’s lopen wat rond, pellen bamboe, slaan op hun borst terwijl wij stilletjes toenadering zoeken. De afstand bedraagt nog maar drie à vier meter. Mark, de mannetjesleider, een ongelooflijk grote en brede silverback, houdt ons allemaal in de gaten. Hij communiceert met gids Robbert via vreemde keelgeluiden. Een oude vrouwtjesgorilla zit van haar bamboe te genieten. Een babygorillaatje is wel erg nieuwsgierig naar ons en zoekt toenadering.

Op een afstand van een halve meter hangt hij met één hand aan een tak en met zijn ogen kijkt hij ons indringend aan. Hij zoekt contact met zijn andere hand maar we mogen geen hand schudden. Er moet een afstand blijven tussen mens en gorilla vanwege hun vatbaarheid voor ziektekiemen. Ik besluit te gaan liggen. En te observeren. De gorilla’s kijken mij aan zoals ik hun aankijk. Verbaasd. ‘Let’s go’, zegt Robbert een klein uurtje later. De berggorilla’s hebben er genoeg van. ‘Na een uurtje gaan ze zich aan je storen en kunnen lastig worden.’ Het samenzijn met de gorilla’s zal ik nooit vergeten. De rust, vriendelijkheid en menselijkheid die deze dieren uitstralen is bijna onverklaarbaar.

Kanoschippers

Diezelfde namiddag rijden we terug richting Kabale, vlakbij de grens met Rwanda. De volgende onderneming, en tevens de laatste, was ons tweede eilandbezoek. In het op één na diepste meer van Afrika, het 900 meter diepe Lake Bunyonyi, bezoeken we Bushara, één van de 39 eilanden in het meer. Lake Tanganyika, in Tanzania, is trouwens het grootste en diepste meer van Afrika (1470 meter).

Kanoschippers Emanuel en Steven staan aan de oever van het meer klaar om ons per uitgehakte boomstammen te vervoeren richting Bushara. Op het eiland worden we ontvangen door een traditionele dansgroep. We luisteren naar de muziek en genieten na van de gorilla’s. We hebben er nog lang over nagepraat, en over Uganda trouwens.

De schoonheid van het land, één van de meest vruchtbare landen van Afrika, het bobbelen over de weg met een oude Landrover en de ongedwongen sfeer die er heerst. En over warmte van de mensen. Misschien wel het belangrijkste van reizen door Uganda, is de vriendelijkheid van dit volk. Eigenlijk wel goed dat de mensen in het westen nog zo’n vreemd beeld van Uganda hebben. Wat kun je hier heerlijk en onverstoord reizen…

Gerelateerd

We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. Als je doorgaat met het gebruiken van de website, gaan we er vanuit dat ermee instemt. Prima! Lees meer