Twee zijdes van de medaille

door Reis om de Wereld
Gepubliceerd: Laatst ververst op 70 views

Nadat Cindy’s eerste baan ten einde was, besloot ze met woord en daad te reageren op de uitnodiging van een vriend om hem op te zoeken in Dahab, Egypte. Hij woont daar sinds een paar maanden en geeft duikles om zijn boterhammen te verdienen. ‘Bij zijn duikschool zou ik kunnen genieten van een voorkeursbehandeling en een nieuw duikbrevet halen. Ik had tijd, zin en weinig geld. Hoe kon ik weigeren? Ik vertrok naar het land van farao’s, piramiden, woestijn, Mozes en de Berg, scarabeeën, zonnegoden en een hemel vervuld met vallende sterren’, schrijft ze.

Cindy Lambert

Op honderd kilometer van Sharm El Sheik, recht tegenover Saoedi-Arabië, ligt een plekje dat de naam Dahab draagt. Zoals overal in Egypte is het er verschrikkelijk heet. De zon brandt er letterlijk je huid kapot als je niet voorzien bent van een dikke laag smeersel. De temperaturen stijgen er tijdens de zomermaanden gemakkelijk richting 50° en de warme wind zorgt bepaald niet voor verfrissing.

Dahab

Op de luchthaven werd ik opgehaald door Wilfried, de vriend die me had uitgenodigd. Na een dik uur rijden kwamen we in Dahab, een gebied waar het toerisme groeit. Het is een bijzondere plek. Een wereldje apart. Met eigen gewoonten en voorschriften. Terwijl in Sharm El Sheik weinig of niets te merken valt van de Islamcultuur, is dat wel het geval in Dahab.

Egyptische vrouwen komen maar weinig op straat en als je ze tegenkomt, zijn ze bijna altijd gesluierd. De naam Dahab betekent ‘goud’ en waarom deze plek naar dit kostbaar metaal is genoemd, werd me meteen duidelijk. Zowel de winkeliers als de klantenlokkers van de restaurantjes hadden dollars of, voor diegenen die de krant lazen, euro’s in hun ogen.

De weg van mijn hotelkamer naar de duikclub werd iedere dag, meer en meer, een overwinningstocht: zelfs na zeven weken werd mijn gezicht nog steeds niet herkend. Voordat ik mijn dag begon, diende ik altijd eerst de winkeliers van me af te schudden, dan de aanbieders van paardentochten en vervolgens de hardnekkigste van allen: de restaurantlokkers. De concurrentie die tussen de verkopers heerst, maakt de spanning soms snijdend.

Caïro

Op een dag wandelde ik voor de zoveelste keer het pad langs zee af, toen ik uitgenodigd werd om een theetje te drinken bij bakkerij ‘Allibaba’. Daar ontmoete ik Mohammed, alias Medo: een vlotte kerel uit Caïro. Na een kort gesprekje stelde hij voor om te gaan kijken naar het hotelletje waar hij werkte.

The Bedouin Hilton hotel, genoemd naar de woestijnnomaden, stond op een prachtige plek. Eigenaar Ahmed kende als kind het nomadenleven, maar toen Dahab zich eind jaren negentig begon om te toveren tot een toeristisch oord, werden de nomaden voor de keuze gesteld; meewerken of terugtrekken. Ahmed werkte mee en werd zelfs een gladde zakenman. Medo en ik dronken nomadenthee (thee met marmareja) en spraken over de Koran; we spraken over de vraag wat ‘een goede moslim zijn’ allemaal kon inhouden.

Even een ritje op een kameel, verplichte kost in Egypte.

Even een ritje op een kameel, verplichte kost in Egypte.

Barre tocht naar Caïro

Na een paar ontmoetingen kondigde Medo aan dat hij zijn ouders zou opzoeken in Caïro. Hij had ze al drie maanden niet gezien en vroeg of ik zin had om met hem mee te gaan. Ik zei meteen ja: ik wilde toch al naar Caïro gaan en het deed me iets om even van het geleuter van de goudzoekers af te zijn.

De volgende dag kochten we de tickets. Een enkele reis kostte 80 Egyptische pond (ca. €10). Zeer redelijk voor een busrit van negen uur dwars door de woestijn. De avond van vertrek werd ik plotseling niet lekker…met een onverwachte snelheid en kracht spuugde ik mijn gehele maaginhoud (die ik naar mijn weten die dag niet gevuld had) in een gat in de grond.

Natuurlijk wilde en zou ik die kans om in Caïro te verblijven, niet missen. Dus hield ik me zo sterk als ik kon en stapte, enkele uren later, de bus in. Wat een rit! De ene kotsbui na de andere maakte me letterlijk het leven zuur. Bovendien moest ik discreet blijven, want om van de bus gesmeten te worden in het dorre landschap van de Sinaï leek me niets. Zo telde de klok de negen uren langzamer dan gewoonlijk.

Mooi, die sfinx!

Mooi, die sfinx!

Ziek in Caïro

De eerste indruk? Die kwam in een plastic zakje terecht. Ik kon niet anders. Bij het uitstappen kwam er een dikke, donkere brij op me af en mijn luchtwegen sloofden zich uit om er zuurstof uit te filtreren. De lucht van Caïro: een heel andere samenstelling dan ik gewend ben. Aangekomen, kon ik nog net Medo’s ouders vriendelijk begroeten.

Zodra ik kon, vluchtte ik naar een bed dat ik bij het binnenkomen al in het oog had gekregen. Zintuigen zijn in nood nuttige dienaars. Dat bed heb ik de komende vijf dagen niet meer verlaten. Drie dokters kwamen op bezoek: een virus, was de algemene diagnose. Ik kreeg medicatie voorgeschreven om uitdroging te voorkomen. De medicatie werd me door Medo’s moeder met de naald toegediend; zelfs het kleinste pilletje kon ik niet binnenhouden.

De miljoenenstad Caïro.

De miljoenenstad Caïro.

Piramiden en sfinx

Na een volle week kon ik dan eindelijk met Medo Caïro in: een stad met zo’n 17 miljoen inwoners. Caïro is dichtbevolkt en druk, auto’s rijden alle kanten op: links, in het midden en rechts van de baan. Of op het voetpad als deze niet te hoog is. Het komt niet zo nauw. Een ware chaos. Voetgangers hebben er, in ieder geval in de praktijk, geen voorrang.

Brussel druk en vuil? Dat beweert een verwende Belg. We bezochten de piramiden, de sfinx, het centrum van de stad, het museum met mummies, sarcofagen en konsoorten, de rijkere buurten, de armere buurten en de vervuilde Nijl. De piramiden vond ik het minst indrukwekkend. Ze zijn groot, maar daar blijft het bij.

Hoe ze dat zoveel duizenden jaren terug toch hebben gedaan, blijft fascineren, maar de piramiden zelf waren vervallen en hadden weinig allure. Opvallend was ook de armoede. Het bekende verhaal: veel kinderen, weinig werk, weinig geld. Medo vertelde dat juist de armere mensen waren die de meeste kinderen kregen. Anticonceptiva zijn er wel, maar een ‘goede moslim’ laat God over zulke zaken beslissen.

De laatste avond trakteerde Medo me op een boottochtje op de Nijl. Caïro is ’s avonds van het water gezien op haar mooist: het vuil is niet zichtbaar, het is koeler, rustiger. De starten langs het water waren verlicht in verschillende kleuren. Betoverend. Het was een prachtige afsluiter.

Gerelateerd

We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. Als je doorgaat met het gebruiken van de website, gaan we er vanuit dat ermee instemt. Prima! Lees meer