Reis om de Wereld
Voeding voor reizigers

Vila Real de Santo Antonio

781

Logeren in het oudste hotel van de Algarve, slechts tien minuten varen van de toekomende tijd. In Vila Real de la Santo Antonio eindigt de trein en eindigt Portugal. Lunchen op de boulevard, flaneren op het dorpsplein, een opgewonden dorpskok en een boswandeling door de duinen. Voor de meeste toeristen is Vila Real een halte te ver. En dat moet maar zo blijven, volgens René Hoeflaak. Maar laat de winterschilder nu maar komen.

René Hoeflaak

We logeren een week in Hotel Guadiana, het oudste hotel van de Algarve, slechts tien minuten varen van Spanje. Bij het binnenrijden van Vila Real de Santo Antionio is de Airport Bus, op ons na, leeg. Alle passagiers zijn uitgestapt in Monte Gordo. Eindbestemming van de bus is de boulevard aan de lange jachthaven.

Daar ligt het hotel. Het is eind september, maar de hotelkamer ruikt alsof we de eerste gasten zijn van het seizoen. Vanuit het gammele en afbladderende hotelraam kijken we op de boulevard en op de jachthaven van Vila Real. Aan de overkant, aan de Guadiana rivier, ligt Spanje. De ferry naar Spanje vertrekt op honderd meter van ons hotel. De ochtendzon schijnt over de boulevard en het water. De vakantie kan beginnen.

We verkennen de nauwe straatjes rondom het hotel en het centrale plein. We zien vooral veel winkels met badhanddoeken in vele soorten en maten. Steekwagens met handdoeken rijden af en aan tussen de winkels. Het is gezellig en overzichteljk druk op het plein. Omwonenden, spelende kinderen en hier en daar een verdwaalde toerist. Op één van de vele terrassen drinken we een cappuccinno. Er zullen er nog vele volgen.

Vanuit het raam kijken op de boulevard en op de jachthaven van Vila Real. In de verte, aan de overkant van de Guadiana rivier, ligt Spanje.(foto: René Hoeflaak)
Vanuit het raam kijken op de boulevard en op de jachthaven van Vila Real. In de verte, aan de overkant van de Guadiana rivier, ligt Spanje.(foto: René Hoeflaak)

Ayamontes

Op woensdagochtend nemen we het pontje naar Ayamontes, Spanje. De boot gaat ieder half uur. Daar, aan de overkant, is het een uur later. De overtocht met de Virgen de los Magres kost € 1,30 en duurt nog geen kwartier. Er passen twee à drie auto’s op de boot. Er is zowaar een onaangekondigde paspoortcontrole. De Portugese wet is streng maar rechtvaardig.

Zonder paspoort gaat niemand mee. En groepje Britse toeristen blijft achter. In Ayamontes merken we direct al enkele verschillen met Portugal, hemelsbreed 2 kilometer van ons vandaan. Zo zijn de winkels en restaurants in de middag gesloten in verband met siësta en zijn de bewoners, naar ons gevoel, minder stug en vriendelijker. Of is Ayamontes de stad van de glimlach??

In Ayamontes merken we direct al enkele verschillen met Portugal, hemelsbreed 2 kilometer van ons vandaan.(foto: René Hoeflaak)
In Ayamontes merken we direct al enkele verschillen met Portugal, hemelsbreed 2 kilometer van ons vandaan.(foto: René Hoeflaak)

De stoptrein naar Faro

De stations van Portugal liggen doorgaans buiten het centrum. Zo ook die van Vila Real. Het oude stationsgebouw, bij de aanlegsteiger van de veerpont, ligt wel in het centrum maar is niet meer in gebruik. “Teveel ongelukken daar”, aldus onze receptioniste. Het station van nu ligt op een verlaten terrein achter een industrieterrein. De toiletten zijn op slot, een hapje en een drankje kan je hier niet kopen en de perrons zijn uitgestorven. We zijn dan ook blij als de trein naar Faro het station binnen rijdt.

Bij vertrek is de trein zo goed als leeg. Bij de eerste stop, in Monte Gordo, stappen opvallend veel Nederlanders in. Het regent vandaag en dus geen strandweer. De trein slingert zich over een licht glooiend landschap langs olijfboomgaarden, cactusvelden, sinaasappelvelden, reigers en appelbomen. We doen elf stations aan en stoppen onder andere bij Luz, Castro Marim, Tanina en Fuseta. Na een uur rijden we langs de oude stadsmuren Faro binnen. Links zien we de Atlantische Oceaan, rechts de vesting.

Het station van nu ligt op een verlaten terrein achter een industrieterrein.(foto: René Hoeflaak)
Het station van nu ligt op een verlaten terrein achter een industrieterrein.(foto: René Hoeflaak)

Faro

Faro heeft de allure van een provincie hoofdstad. Brede straten, terrassen, grote hotels, kantoren, een autovrij winkelhart, verkeersopstoppingen, parkeermeters, restaurantjes en kerken. En zoals overal in de wereld wordt ook in Faro het straatbeeld opgevuld met Hollanders met reisgidsen. Vlakbij het station ligt de jachthaven.

Langs de jachthaven lopen we door de nauwe winkelstraatjes door het centrum en komen we uit bij de oude stadsmuren. Langs de muur ligt de spoorlijn. Over het pad tussen de rails en de muren lopen we naar de fonteinen bij de overvolle parkeerplaats voor de vesting. Tijd voor een foto. Nee, Faro, is een prima bestemming voor een dagtripje.

We rijden Faro binnen; Links zien we de Middellandse zee, rechts de vesting. (foto: René Hoeflaak)
We rijden Faro binnen; Links zien we de Middellandse zee, rechts de vesting. (foto: René Hoeflaak)

Wandelaar op het strand

Tijd voor een wandeling. Langs de weg naar Monte Gordo begint een bospad naar het strand. Het brede en geasfalteerde wandelpad is in augustus 2006, dus nog maar een maandje geleden, geopend door de Portugese minister van recreatie en sport. Wandelaars kom ik niet tegen. Wel twee fietsers. Het pad begint bij de vuurtoren.

Ik wandel over vals plat langs heidegrond en dunne en nog lang niet volgroeide bomen. Na een half uurtje stappen sta ik op een parkeerplaats bij een verlaten strand. De spaarzame strandgasten kijken me een beetje vreemd aan. “Wat doet die wandelaar hier?” zie ik ze afvragen, onbekend met het wandelpad. Het wandelpad staat immers nog niet in de toeristengidsen. Wat mij betreft mag dat nog wel even zo blijven.

Het wandelpad naar het strand van Vila Real. Medewandelaars kom ik niet tegen.(foto: René Hoeflaak)
Het wandelpad naar het strand van Vila Real. Medewandelaars kom ik niet tegen.(foto: René Hoeflaak)

Vila Real

De wandeling is een symbolische afsluiting van ons weekje in Vila Real. Net als het wandelpad laten de meeste toeristen Vila Real voor wat het is en net als bij het wandelpad is dat eigenlijk wel beter. Vila Real de Santo Antonio, Adeus.