Home Wereldlanden Nieuw Caledonië

Nieuw Caledonië

Het Isles of Pines Franse strafkolonie
Het Isles of Pines is een van de trekpleisters van Nieuw Caledonië. Vroeger was het een Franse strafkolonie, maar tegenwoordig kun je er lekker luieren op een van de luxueuze resorts. De stranden zijn er prachtig en je kunt en duiken.

Nieuw Caledonië wordt ook wel het eiland van de eeuwige lente genoemd. Er verblijven brengt echter al gauw ‘herfst in je geldbuidel’. Want in heel de Pacific is enkel Frans Polynesië, dat andere stukje Frankrijk, duurder. Leuk en goedkoop dus dat Reis om de Wereld het voor je beschrijft, toch? Want de Zuidzee blijft genieten met volle teugen, en kinderdroom van menig mens. Terecht!

New York, New Jersey, New England, New Hampshire … waar Engelsen voet aan wal zetten, noemden ze het nieuwe land vaak naar een plaats die hen herinnerde aan thuis. Nieuw Caledonië deed Kapitein Cook in 1774 denken aan de Schotse Hooglanden. Hij bedeelde het prompt de naam toe die de Romeinen aan Schotland hadden gegeven: Caledonia. De eilanders noemen het Kanaky, en zichzelf Kanaken. Kanaken zijn Melanesiërs, heel donker van huidskleur, met verwantschap aan de Aboriginals en Papoea’s.

Pacifisch gebied

Het hoofdeiland is na Nieuw-Zeeland en Papoea Nieuw-Guinea het grootste eiland in het Pacifische gebied. Zo bekeken ligt haar naam wel voor de hand: Grande Terre, wat Frans is voor Groot Land. Grande Terre meet zo’n vierhonderd bij vijftig kilometer. Langs de kust ligt het op één na grootste koraalrif ter wereld. Alleen Australië doet beter met het vermaarde Grote Barrière Rif. Andere eilanden van de archipel zijn het Île des Pins, de Loyalties, Belep en de onbewoonde Chesterfields.

Kanaken

Nieuw Caledonië is sinds 1853 een overzees gebied van Frankrijk. Vandaag staat de Franse president nog steeds aan het hoofd. Niet dat iedereen daar altijd even gelukkig mee was. Vooral niet tijdens de expansie van de nikkel ontginning in de zestiger jaren. Claims van de Kanaken op hun land werden groter, en het kwam tot gewelddadige uitbarstingen. Vooral op het oostelijk deel van Grande Terre, waar de meeste autochtonen wonen.

In 1984 werd zelfs voor liefst zes maanden de noodtoestand afgekondigd. Een absoluut dieptepunt. Tientallen mensen vonden de dood tijdens rellen – vooral Kanaken. Maar de gemoederen bedaarden, zonder echte tegemoetkomingen aan de Kanaken weliswaar. Nieuw Caledonië staat nog steeds in voor bijna de helft van de totale wereldproduktie van nikkel. Meer feiten en achtergronden op: Wikipedia Nieuw Caledonië

Grande Terre

Weinig toeristen wagen zich verder dan het hoofdeiland in Nieuw Caledonië. Grande Terre is immers groot en mooi genoeg, en heeft alles wat het hartje dromen kan. Van de bruisende en overzichtelijke hoofdstad Noumea, gelegen aan een charmante baai in het zuiden, tot het meest desolate schiereiland van Caledonië, Poum.

Er zijn trouwens ook niet zo gek veel bij-eilanden in de archipel. Wat voor velen Grande Terre gewoon synoniem maakt van Nieuw Caledonië. Maar da’s dus fout. In Noumea is het Engels even gebruikelijk als het Frans. Wie zich echter verder waagt, doet best een mondje français mee. De Fransen vind je vooral in het zuiden – Kanaken in het noorden en op de andere eilanden, in de brousse.

Een beetje vergelijkbaar met de uitspraak Paris et le désert is dat, qua verhouding. Kanaken houden nog sterk aan traditie, aan de coutume en de clan.

Een centrale bergketen verdeelt Grande Terre in een droog en behoorlijk vlak westen, en een ruige en weelderig groene overkant. Een must voor de natuurliefhebber is het Blauwe Rivierenpark in het zuid-westen van het eiland. Hier kun je de nationale vogel van de archipel spotten, de Cagou of Kagu.

Île des Pins

Wie dan toch een uitstapje waagt overzee, komt meestal op het Île des Pins (vertaling: Dennen Eiland) terecht. Dat gaat er prat op de mooiste stranden en baaien van de hele archipel te hebben. Dennen Eiland ligt amper 50km varen ten zuiden van Grande Terre, maar je raakt er ook per vliegtuig vanuit Noumea. Reizigers vinden de plaatselijke bevolking op dit stukje Nieuw Caledonië doorgaans een stuk vriendelijker.

De eilanders van Grande Terre zijn naar Pacifische normen nogal stug. Eilandliefhebbers in hart en nieren krijgen koude rillingen bij het overschouwen van een heel eiland ineens. Dat kán op Île des Pins, na een tocht van een uurtje naar de Pic N’Ga.

Loyalty Eilanden

Iets meer dan 100km voor de kust van Grande Terre liggen de Îles de Loyauté: Lifou, Maré, Ouvéa en het summum voor de eilandist: Tiga. De drie hoofdeilanden zijn al wild en ongerept groen, maar verder op de wereld dan Tiga kun je nauwelijks raken. Een groot deel van dit minuscule atol is beschermd, en er is geen officiële accommodatie.

De hooguit vierhonderd Tiganen staan echter met de glimlach toe dat je ergens je tentje opslaat. Het loopt op hun kleine wereld immers verre van storm. Althans wat toeristen betreft. Het weer is een andere zaak (zie reistips). Duur, ver maar hemels mooi. Nieuw Caledonië is de belichaming van de onbereikbare droom. Maar een mens leeft van dromen. En van de hoop dat ze eens mogen uitkomen.