Home Wereldlanden Pitcairn

Pitcairn

De Pitcairn eilanden
De Pitcairneilanden zijn voor toeristen een lastige bestemming, want er vaart vanuit Frans-Polynesië sporadisch een boot naar de eilandengroep. Het is wel een prachtige bestemming, met vele verlaten stranden.

Toegegeven, er zijn nóg lastiger plekken op de wereld om te raken, maar Pitcairn komt aardig in de buurt. Er komt géén vliegtuig en slechts drie maal per jaar een schip uit Frans-Polynesië. Er is bijgevolg ook nooit een vliegveld of haven aangelegd. Er is zelfs geen aanlegsteiger.

Van op een cruiseschip dien je het laatste stuk in een sloep af te leggen. Als je al toestemming kreeg om hier voor een tijd voet aan wal te zetten. Want een visum bekomen voor een langdurig verblijf neemt al gauw 6 maanden in beslag. Een kort bezoek mag wel altijd.

Maar goed. Stel, je bent er. Ja, zelfs dan blijft het behelpen. Er zijn geen hotels en er is geen officiële accommodatie. Het is navraag doen bij de plaatselijke bevolking om een kamer te bekomen. Adamstown, de hoofdplaats en tevens enige woonplaats van deze 450 hectare in zee, ligt bovenop de legendarische “Hill of Difficulty” of “Moeilijke Heuvel”, ruim 100 meter boven zeeniveau.

Rondje Pitcairn

De mogelijkheden om te ontspannen zijn (maar dat kon je al raden) niet onuitputtelijk op Pitcairn. Je kunt wat praten met de eilanders, en een hapje eten in een bar in Adamstown. Je kunt gaan zwemmen in Saint Paul’s Pool, of het eiland rondwandelen, dat kost je een half uur. Het hoogste punt is Pawala Valley Ridge en ligt op pakweg 350 meter.

Je kunt oude Polynesische houtsculpturen bewonderen, of de typische Bounty Bijbel gaan bekijken die wordt bewaard in de kerk. Er is één winkel, maar die doet maar drie maal weeks open. Het belangrijkste “evenement” is ongetwijfeld de zaterdagmis. Dan komen zelfs afstammelingen van de muiters naar de eucharistie die nu in Nieuw-Zeeland wonen. De verjaardag van een eilander is ook reden genoeg om samen te vieren.

Pitcairn postzegels

Je vraagt je ongetwijfeld ook wel af waarmee een Pitcairner z’n dagen vult. Terecht, want dit is nu niet meteen het centrum van de wereld. Er wordt flink wat gevist langs de kust, en er is een niet onaardige handel met passerende schepen. Handel in souvenirs, handel in fruit en zoete aardappelen die op het eiland verbouwd worden, en niet onbelangrijk, verkoop van de zeer gegeerde Pitcairn postzegels.

Sinds een tijd wordt ook de Miro boom heraangeplant op Pitcairn. Die was immers bijna geheel verdwenen door exploïtatie voor de productie van houtsculpturen. En tenslotte worden er geiten gekweekt. Je ziet ze over het hele eiland rondhuppelen. Niet onbelangrijk om weten tenslotte is dat De Zevende Dag Adventisten het gebruik van roken en alcohol verbieden – maar die regel is naar verluidt wel in onbruik aan ‘t raken.

Muiterij op de Bounty

Maar hey, waren we nog heel even vergeten, waarvandaan kennen we dit Pitcairn eigenlijk? What’s the big deal van deze enkele weiden in zee? “Muiterij op de Bounty”, doet dat geen belletje rinkelen? Vast wel. Het is dat spannende avonturenboek dat je als kind las aan de haard op een killige winteravond.

Of die film die je zag met Clark Gable in de hoofdrol. In 1790 voeren een zevental muiters hun boot van Tahiti naar Pitcairn en namen een aantal Tahitiaanse vrouwen mee. In 1856 woonden haast 200 mensen op Pitcairn en verliet de totale bevolking het eiland uit eigen wil. Een veertigtal van hen keerde enkele jaren later echter terug. Pitcairn zat al die tijd, en tot vandaag, onder de Britse kroon.

Ducie, Henderson en Oeno

Het kan een opluchting zijn, na alle inspanningen om hier te raken en uiteindelijk te zien wat het maar is, dat er nog 3 andere eilanden deel uitmaken van de archipel, al liggen ze niet bepaald naast de deur, en zijn ze alle 3 onbewoond. Henderson en Oeno liggen beide tussen de 100 en 200 kilometer van Pitcairn verwijderd.

Ducie ligt haast 500 kilometer meer naar het oosten. Henderson, 8 maal groter dan Pitcairn en daarmee meteen het grootste eiland van de groep, staat al sinds 1989 als vogelreservaat op de werelderfgoedlijst van UNESCO. Hier komen immers twee unieke soorten voor: een vleugelloze ral en een groene vruchtenetende duif.

Een heuse uitdaging voor vogelspotters dus. Oeno wordt heel af en toe bezocht door Pitcairners die er pandanus blaren komen plukken, die ze gebruiken om in hun artisanale draagtassen te weven. Ducie tenslotte is een typisch koraalatol, met één hoofdeiland Acadia en drie kleinere bij-eilanden rond een lagune.

Vreemde eend

De Pitcairn archipel is in velerlei opzichten een vreemde eend in de Pacific bijt. Minder dan een cultuur, een volwaardige gemeenschap en eilandengroep is het één enkel dorpje in zee – nee minder nog, een gehucht, met drie bij-eilanden, achtertuinen, te ver om veel moeite te doen om naartoe te gaan. Anders dan een toeristische bestemming is het een geïsoleerde, ietwat vreemde en kunstmatig aandoende samenleving. Meer achtergronden en feiten over de eilandengroep: Wikipedia Pitcairneilanden

De geschiedenis van de muiterij op de Bounty heeft dat wat bizarre trekje nog aangezwengeld, en met het recente zedenschandaal hangt er nog steeds een wrange waas over wat, met een haventje erbij, en met behoud van de Polynesische gemeenschap, een toegankelijker idylle had kunnen zijn.

Dea Birkett

Toegegeven, Pitcairn is misschien gewoon een dorp met z’n eigen verleden en eigen problemen. Maar de ligging maakt alles een stuk ongewoner. Mischien nog het meest een bestemming voor de eigenzinnige globetrotter, die meende alles al gezien en ervaard te hebben. Maar neem wel een boek mee, want het kon wel es een tijdje wachten worden op een schip.

En kom niet te dicht bij de rand van de kliffen. Dea Birkett, schrijfster die hier een tijdlang verbleef, waarschuwde immers dat “ de muitersgeest nog niet uit de eilanders is verdwenen – dat er wel steeds iemand je van de rots kan duwen.” Je zou het bijna gaan geloven.