Reis om de Wereld
Voeding voor reizigers

Zacatecas, mooie woestijnstaat in Mexico

64

De staat Zacatecas, op zes uur ten noorden van Mexico-Stad, is de komende twee weken ons doel. Met bezoeken aan de oude koloniale stad Zacatecas en avontuurlijk rondtrekken door een westernlandschap. Dus voor wie van woestijnen houdt, is deze staat een absolute must. ‘De bergen zitten vol met zilver, zink, goud en mineralen. De reden waarom al vroeg in de Spaanse overheersing de stad is gesticht, en waarom Zacatecas nog steeds een rijke stad is.’

Jos van Dalfsen

Eenmaal in Zacatecas blijken mijn vriendin en ik midden in een festival terechtgekomen te zijn en omdat het zaterdag is, is het extra druk. Alle hostels en zelfs hotels zijn vol, we kunnen uiteindelijk voor het schandalige bedrag van 250 pesos terecht bij een dame die een zelf uitgeroepen hostel runt, met één kamer… geen ramen maar wel een tv met 75 zenders… dit hostel is bepaald geen succes en dus hebben we direct een reservering gezet bij een ander hostel. Hier kunnen we de volgende dag zonder problemen terecht.

Straatbeeld van Zacatecas.
Straatbeeld van Zacatecas.

Zacatecas is werkelijk fantastisch mooi. De stad is niet te groot, het centrum overzichtelijk maar vrij uitgebreid en de stad zelf ligt ingeklemd tussen bergen die erg mooi zijn. Het gevolg is dat er veel hoogte verschil is tussen de verschillende straten en de huizen zijn vrij klein gebouwd, goed overzichtelijk. Opvallend zijn de vele verschillende kleuren waarin de huizen zijn geschilderd.

Van standaard wit en geel tot rood, blauw en zelfs zuurstok roze. Het geeft de stad een bont en feestelijk aangezicht. De bergen zitten vol met zilver, zink, goud en mineralen. De reden waarom al vroeg in de Spaanse overheersing de stad is gesticht, en waarom Zacatecas nog steeds een rijke stad is. Er wordt tegenwoordig, buiten het zicht van de stad, nog steeds gezocht naar zink en zilver, waarbij we één berg hebben gezien die volledig doormidden is gesneden en een ander gewoon helemaal werd afgegraven. Het is een landschappelijk gezien erg ingrijpende onderneming.

Overzicht van boven op de stad Zacatecas.
Overzicht van boven op de stad Zacatecas.

Backpacker

Zacatecas is met vele hostels, hotelletjes, restaurantjes en festivals uitstekend toegerust om de vermoeide backpackers te huizen en te vermaken. Het festival waar wij in terecht zijn gekomen heeft vele honderden Mexicanen uit het hele land aangetrokken die gedurende een week veel concerten komen bijwonen. Van klassiek gitaar, tot tienerpop, tot typisch Mexicaanse muziek, tot een live-concert van Bob Dylan, we genieten er met volle teugen van!

Na alle concerten besluiten we om de zilvermijn “Mina el Eden” te bezoeken. Er zijn Engelstalige tours, maar die hebben we net gemist en dus gaan we zonder dat we Spaans kunnen met de Spaanse tour mee. De Mexicanen vinden het geweldig, wij iets minder want we snappen er toch echt niks van. De tocht met de Teleferico is echter wel grandioos. Dit is een kabellift die van een hoge bergtop vertrekt dwars over de hele stad naar een nog hogere bergtop, genaamd “La Bufa”. Hier heb je een geweldig uitzicht over de stad en het landschap, en er staat een mausoleum met de helden van Zacatecas en verschillende grote beelden. Allemaal ter ere van de onafhankelijkheidsstrijders. Als we na vijf drukke dagen besluiten om verder te trekken doen we dat om de cultuur te verruilen voor de natuur. Op naar Sombrerete!

Een heiligdom in Plateros

Op lange rechte wegen, glijdt de bus door het dorre landschap. Vele cactussen, af en toe wat stug gras, weinig leven, maar vooral veel rots en zand. De dorre levenloze uitstraling van het landschap in alle kleurschakeringen tussen licht geel en donkerbruin, met uitgestrekte vergezichten en een brandende zon maakt diepe indruk op ons. Een stop onderweg naar Sombrerete doet ons belanden in Fresnillo. Een grote stad waar we nooit zouden stoppen, ware het niet dat in een nabijgelegen dorpje Plateros een belangrijke kerk staat, de kerk van het heilige kind van Atocha.

Hier is een groot religieus spektakel waar te nemen waar veel marktkooplieden proberen religieuze artikelen te verkopen naast een grote hoeveelheid zoetigheid. Op het plein vlak voor de kerk worden veel dansvoorstellingen gehouden en is het mogelijk om briefjes op te hangen om het heilige kind te bedanken voor de vele wonderen die hem worden toegeschreven. We zijn er echt voor gaan zitten om het spektakel te bewonderen, en omdat we de enige “gringo’s” zijn, trekken we erg veel aandacht. Dat wordt zeker niet minder omdat we zo gek zijn om met de grote tassen op de rug tussen de kleine kraampjes door te kruipen en overal verstrikt in raken. Met de drukkende hitte erbij wordt het al gauw te veel en zijn we weer terug gegaan op zoek naar een bus richting Sombrerete.

Het festival van Sombrerete in volle gang.
Het festival van Sombrerete in volle gang.

Sombrerete

Sombrerete is een stadje dat niet gauw teleurstelt. Heel pittoreske, rustig en koloniaal. Een galerij rondom het centrale plein zorgt er voor dat je niet door de brandende zon heen hoeft om het plein over te steken. Een park met fontein zorgt voor de nodige verkoeling en als het toch allemaal te veel wordt, kun je altijd in de geweldig mooie kerk gaan zitten om af te koelen. Ons doel is om naar Parc Nacional Sierra de Organos te gaan. Dat zou vanuit het dorpje geregeld kunnen worden, maar het blijkt dat er geen bussen die kant op gaan. Dertig kilometer is ook iets te veel om te lopen, dus hebben we het probleem aan onze hotel eigenaar voorgelegd. Deze heeft net zo lang lopen discussiëren met iedereen totdat we uiteindelijk een lift krijgen van de politie, en zo zitten we achterin een politie auto onderweg naar wat later zal blijken één van de meest bijzondere plekken die we bezoeken tijdens onze reis.

We zijn in het Parc Nacional Sierra de Organos. Prachtig!
We zijn in het Parc Nacional Sierra de Organos. Prachtig!

Parc Nacional Sierra de Organos

Het Parc Nacional heeft zijn naam te danken aan de bergen die door de wind gevormd zijn in orgelpijpen. Het park heeft voor verschillende westerns gediend als setting en is dan ook erg mooi voor iedereen die een beetje gevoel heeft voor westernlandschappen. De entree is twintig pesos, en verder kunnen we gratis kamperen wat we natuurlijk doen, we hebben immers de tent niet voor niks mee.

Wat apart is voor een Nederlander is om rekening te houden met de afwezigheid van water… we hebben acht liter bij ons maar het blijkt al vrij snel niet genoeg, dus ik moet gelijk op pad om water te krijgen bij een Mexicaanse familie die een dag in het park verblijft om lekker te barbecuen. Zij hebben cola en gebarbecuede repen vlees voor ons, maar geen water. Het gezin heeft nu een boerderij in de buurt, maar voor die tijd hebben ze vijftien jaar in de VS gewoond. De drie zoons zijn daar ook allemaal geboren en hoewel pa en ma geen woord Engels met ons durven spreken hebben de jongens daar minder last van. Na een leuk gesprek gaan we terug naar ons plekje en genieten we van de lekker koude cola.

Aan het eind van de middag vertrekken de aanwezige Mexicanen, maar niet voordat ze drie volle flessen water achterlaten, die ze toch nog overhadden. Onze water zorgen zijn voor de eerste paar dagen in elk geval weer verdwenen. Waar het kort daarvoor nog druk was door het gejoel van voetballende Mexicanen en barbecueënde gezinnen wordt het nu toch wel erg, erg stil. In de tropen keldert de zon snel achter de horizon en het is dan ook niet lang na zes uur aarde donker. Het enige geluid dat we horen zijn de geluiden van de wilde paarden die in het park leven. Zij zijn ook de enige bron van brandstof.

Mooie uitzichten.
Mooie uitzichten.

Paardenkeutels

We hebben geen gasbrander bij ons en moeten ons dus redden op vuur om te koken, maar waar het zo droog is groeit amper wat. Fijne takjes met veel doorns branden te snel op, en grote bomen groeien er niet. Door de paarden ligt het echter overal vol met uitgedroogde paardenkeutels. Wie niet sterk is moet slim zijn, en dus hebben we hele avonden gebrand op paardenkeutels. Door het gebrek aan voorzieningen zijn we aangewezen geweest op onze voorraden, dus veel water, rijst en droge cornflakes.

Gelukkig hebben we pindakaas en chili mee om de rijst op smaak te brengen en wat vers fruit voor ontbijt en dessert. Het koken gaat op een keteltje op het kampvuur. We hebben in totaal drie nachten geslapen in de kleine tent op de dunne, dunne matjes. Alle botten doen na drie nachten pijn en je gaat ook normale stoelen missen. Het ergste is niet de grote hoeveelheden stof die overal in gaat zitten of het gebrek aan douches of stromend water maar vooral de grote hoeveelheden naalden en stekels. Alle planten hebben stekels en die vind je overal weer terug… heel pijnlijk maar vooral irritant.

Het landschap maakt alle ontberingen echter waard. Overdag trekken we er lustig op uit om zo hoog mogelijk te komen. Zelfs als we echt gevaarlijke stukken hebben moeten beklimmen komen we nog paden tegen van paarden. Mijn hoogtevrees weerhoudt me er echter van om deze nog langer te blijven volgen, en nodig is het ook niet echt. Het is al meer dan mooi genoeg.

Wel overal stekels…
Wel overal stekels…

Durango

De laatste dag vertrekken we te voet uit het park. Het weekend is voorbij dus er zijn geen vakantievierende Mexicanen die naar het park toekomen en dus wordt het veel en lang lopen. Eenmaal op de geasfalteerde weg krijgen we vrij snel een lift naar het volgende dorpje en vandaar naar de grote weg. Hier worden we opgepikt en naar een stadje gebracht waar we heerlijke taco’s eten al wachtende op de bus. Deze brengt ons naar Durango, een grote Amerikaans aandoende stad, met grote auto’s, brede wegen en erg dikke mensen. Leve het fastfood, leve Coca Cola! Maar eerst lekker alle zand uit de haren douchen en naalden uit de kleren trekken.